is toegevoegd aan uw favorieten.

Lexicon Latino-Belgicum auctorum classicorum.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EXEMPLUM

EXEMTILIS —EXEO

EXEQUIAE —EXERCEO 429

éi 40. Cic. Div. I, 20. H, 3! van daar

èxempli caufa bij voorbeeld, ah een voorbeeld ', bii voorb. iemand noemen, zeggen enz. , Cic. Mur. 12. Phil. XIII, 2 : of exempli gra'ia, Nep. Lyf. 2. Plin. H. N. II, 17: 'of in exemplum, Sueton. Tibcr. et : van daar vertelling, verhaal, fabel, Phaedr. II, 1 in.: b) dat men aan anderen geeft , of van anderen neemt , bij voorb. exemplum capere de aliouo, Terent. Andr. IV. 1 , 27: of ab aliis fumere, lb. Ad. III, 3, 52: cxemplo facere, Cic. Verr. II, 42 in., i. c. een voorbeeld voor zich hebben , om niet het eerst te doen, dus ook quod exemplo fit , id jure iieri putant, Cic. ad Div. IV, 3: exemplum alicujus feqvii, Nep. Ager. 4: non tibi exempli fatis fum , Terent. Heaut. V, 1 , 47: exemplum veritus, 0vid. Faft. VI, 759, i. e. voorbeeld of navolging, gelijk het dan dikwijls door navolging, kan vertaald worden: exemplum ftatucre, Terent. Heaut. prol. 51, i. e. geven: dus ook exemplum feveritatis edere, Cic. Q. Fr. I, 2, 2: exempla cruciatus edere , Caef. 13. G. I, 31 extr.: yan daar c~) het geen men doet anderen zen voorbeeld, bij voorb. flrafl'e, bij voorh. exempla in te cdëut , Terent. Eun. V, 6, 21, zullen een'voorbeeld aan u flclJen, zullen u anderen ten voorbeeld flraf{en; dus ook exempla in tefaciam , Plaut. Moft. V, 1, 67: in quem exempla hem? Terent. Eun. V, 4, 26 : quae futura fxcnipla in eum, Ib. 24: van daar exempla , flrajfen, die ten voorbeeld van anderen j! rekken zullen, exe-nplare flrajfen, lij voorb. aliquem peffimis exemplis enecare , Plaut. Moft. 1,3, 55: ook behoort het voorgaande mede hier toe, bij voorb. exemplaedentjfient, futura eet.: d) eene kopie, affchrift , bij voorb. literarum , Cic. Att. V, 23 extr.: epiftolae, Ib. VIII, 6: epiftolarum, Ib. 11 extr.: actorum, Fandeel:. XLIX, 14, 45 : cf. Ovid. Trilt. 1, 7, 24 : c) de daad, die aan ieenand weder vergolden wordt, of, het geen men aan iemand bewijst, en ons door hem weder bewezen wordt, bij voorb. quisque fua exempla debet pati, Phaedr. I, 26 extr. Dewijl de voorbeelden dikwijls aan anderen tot een voorfchrift dienen: van daar 2) een monfler, model, origineel, bijvoorb. animale, Cic. Invent. II, 1 extr.: exempla naturae & veritatis, Cic. Off. III, 17 ante med. : gencratum exemplum eft eet., Cic. Univ. 2 : ingenii virtutisque exemplum expreffam ad effigiem vobis reddam, Liv. XXVI, 41 extr., zal u het voorbeeld — (in mij') afgebeeld voorstellen : aedes probant : fibi quisque inde exemplum expetunt, Plaut. Moft. I, 2, 20, i. e. model: dus ook Suet. Claud. 20 extr.: cf. Plaut. Pfeud. II, 2, 56. Audi. ad Her. IV, 6: van daar 3) de aart, natuur, wijze, gejteldheid, bij voorb. uno exemplo vivere, Plaut. Mil. III, 1, 132, op dezelfde wijze: ad quod exemplum ? Plaut. Trin. IV, 2, 76, op welke wijze? ad hoe exemplum i. e. tali modo, lb. en Plaut. Perf. III, 1, 7: eodem cxemplo, quo eet., op dezelfde wijze enz. , Liv. XXXI, 112: iftoc exemplo i. e. modo, Plaut. Mil. II, 4, 6: cxemplo nubis i.e. als eene wolk, Ovid. Met. IV, 621 : van daar, van brieven, de gejteldheid, aart, wijze, of ook inhoud, bij voorb. cur faepius ad me literas uno exemplo dedisïès', Cic. ad Div. IV, 4 in. , i. e. van dezelfde natuur : componcre exemplum literarum, Cic. Agr. II, 20, i. e. inhoud, formulier: literae funt adlatae hoe exemplo, Cic. Att. IX, 6 , van dezen inbond ; fcripftras bis eodein exemplo,

Cic. ad Div. IX, i(5: cf. XIII, 30: 45

nabootzing, navolging, bijvoorb. exemplum veritus^ Ovid. Faft. VI, 759, zie n. 1: 5) verhaal, Phaedr. II, 1 in. zie n. 1.

EXEMTÏLIS of EXEMPTILIS, e, het geen men uitnemen kan, bij voorb. perticac , Colum. VIII, 11 : iapides , FandeelXXXIV, 2, 2fi extr.

EXF.MTÏO o/EXEMPTIO, Onis, f. 1) de uitneming, bij voorb. alvi apiarii, Varr. R. R. III, 17 extr.: cf. Colum. III, 18 extr. en 19. Pandeft. XIX, 5, 16: 2; te rughouding van eene perfoon, die voor het Recht gedaagd is, Pandect. II, 7 leg. 4 en 5.

EXEMTOR o/EXEMPTOR, oris, m. een nemer, Ui voorb. van jlcenen, uil de Steengroeve, Plin. H. N. XXXVI, 15, i. e. fteenbreker of fleengraver.

EXEMTUS of EXEMPTUS, us, m. de uitneming, wegneming, bijvoorb. cuneorum, Vitruv. IX, 9. •EXEMTUS of EXEMPTUS, a, um, zie Eximo.

EXENTËRO, are, ontwijden, d.i. de ingewanden uitnemen, lij voorb. leporem, Juftia, I, 5 extr.: van daar boenend, 1) 'ledigen, uilledigen, bij voorb. marfupium, Plaut. Epid. II, 2, 2 : 2) martelen, pijnigen, bijvoorb. cxedor atque exentcror, Plaut. Epid. III, 1, 1.

EXËO , ivi en meermaalen ii, ïtum, 4. 1) uitgaan, bij voorb. de triclinio, Cic. Or.

II, 65: de navi, Cic. Att. II, 7 extr.: ex-navi, Nep. Them. 8: domo, Cic. ad Div. f, 9 ante med. Caef. B. G. I, 6.en 12: ab aliquo i. e. domo alicujus, Terent. Eun. III, 4, 7: ex urbe, Cic. ad Div. IV, 1 extr. : de caffibus, Ovid. Art. I, 392: a patria, Cic. Pif. 14 extr.: foras, Terent. And. I, 2, 3. Eun. IV, 4, 1. Plaut. Caf. II, 5, 42 : ook met ad, in, op de vraag waarheen ? wanneer het uitgaan, of enkel gaan is, bij voorb. in provinciam , Caef. B. G. I, 33: ad aliquem, Terent. Hec. IV, 1, 6: in aciem, Liv. XLIV, 39 : in domos alias , Cic. Off. I, 17: in folitudinem, Ib. 32: in pafcua, Plin. H. N. X, 44 : ad pabula, Ib. IX, 57; in luminis auras i. e. nafci, Lucret. I, 171: aliquo, Cic. ad Div. IX, 2. §. 6: in terram, Cic. Verr. V, 51. Nep. Alcib. 8: ad pugnais, XLIV, 39: Ook zonder cafus, uitlopen, afvaaren, ttfreizen , Cic. ad Div. IX, 6. Caef. 13. C. I, 6. Nep. Them. 6. Ib. Alcib. 3. Ibid. Ager. 6: van daar a) Tropisch, uitgaan, weggaan, voortgaan, lij voorb. de vita, Cic. Amic. 4. Plin. Ep.'lII, 9 in., of & vita, Cic. Fin. I, 15, i. e. flerven: nihil infolens ex ore exiit, Nep. Timol.4: e patriciis, Cic. Dom. 14, den fland der Patiiciën verlaten: e poteftate, Cic. Tufc.

III, 5. Petron. 90, i. e. zichzelven niet magtig zijn, de heerfchappij over zichzelven verliezen: a memoria, Senec. Benef. III, 38, i. e. vergeten worden, b) uitkomen, bevrijd worden, bij voorb. acre alicno, Cic. Phil. XI, 6, uit de fchulden komen: ex aerumna, Lucil. ap. Non. 4. n. 164: ook wegkomen , ontwijken , bij voorb. vivus exiit, Vellej. II, 82: c) ergens overkomen, pasfeeren, over iet gaan, bij voorb. timen, Terent.Hec.III, 3,18: valles, Ovid. Met. X, 52 : flumen , Val. Fl. IV, 698 : van daar modum, Met. IX, 630, i. e. te buiten gaan. ,cV) ontwijken, uitgaan, afweeren, bijvoorb. tela oculis, Virg. Aen. V, 438: vim viribus, lb. XI, 750: adaétus dentis , Lucret. V, 1329: aciem odorem, lb, XII, 15: ook

Hhb 3

volftrekt, ontgaan, ontwijken, lij voorh. vivus exiit, Vellej. II, 82: e) uitkomen, bekend worden , onder de menfehen komen , bii voorb. fama, Nep. Hann. 9 : oratio, Cic. Rofc. Am. 1: libri, Cic. Att. XIII, 13: opinio, Suet. Ner. 53 : ook zonder Nominat. , bij voorb. exiit in vulgus, feq. Accufativ. & Infinit., het is bekend geworden, Nep. Dat. 6. Sueton. Galb. 20: f) uitgaan of eindigen , bij voorb. dies induciarum exiit, Liv. IV, 30 extr.: anno exeunte, Cic. Div. I, 25, i. c. op het einde van het jaar: g) te voorfchijn komen, uitfpruiten, uitkomen, hij voorb. folia a radice exeunt, Plin. H. N. XXV, 4 : femina in fruges, Ib. XI, 30: fabae in folia, Ib. XVIII, 7: h) zich uitflrekken, bijvoorb. vita, licet fupra mille an-nos excat, Senec. brev. vit. 6: probatio-nes in tertium diem exierunt, Plin. Ep. II, 11. §. 8: Garganus (mons) exit in undas Adriacas , Lucan. V, 380 : cf. VIII, 461: in Iongum exierit ordo refum, Quintil. IV, 2 : van daar, vallen, bij voorb. in 'de maand, dag, jaar, bij voorb. circus in hunc exit menfem, Ovid. Faft.V, 189: quod tempus exit in urbis duccnteflntutn anuum, Plin. H. N. XXXIII,, 7: cf. .Ovid. Faft. IV, 947: i) uitwijden , bij voorb. in eene reden, bij voorb. in laudes Caftoris eet., Quintil. XI, 2: dus ook in iram, Lucan. III, .112, i. e. toornig worden: ■ van daar in aliquem i. e. kijven, uitvaaren, Stat. Theb. II, 490. XI, 724: per omnes annos i. e. in homines omnis aetatis, lb, V, 151: k} uit-vloejen , uitlopen , in zee vlieten, bij voorb. in maris exit aquas, Ovid. Am. II, 13, 10: cf. Vah Fl. VIII, 187: 1) uitkomen, van het lot, bij voorb. ffars exiffet, Cic. Att. 1 . 19 : nomen , Cic. Verr. II, 51: locus, Virg. Aen. V, 492: m) libri ita exierunt feil. e manibus i. c. zijn gemaakt, of dus afgelopen, dus wel geflaagd, Cic. Att. XIII, 13, ten zij liet is, zijn, op zoo voordeelige wijze, bekend en publiek geworden, zie boven : 29 in de hoogte klimmen, oprijzen, om hoog fleken, bij voorb. exiit ad coclum arbos, Virg. Georg. II, 8i : dus ook Lin auras, Lucret. VI, 886 : in altitudinem, Plin. H. N. XIII, 4 : fuper hominem, Stat. Theb. VI, 836: longa trabe rectior exit, fleekt omhoog, Ovid.Met. III, 78: Not. (O Pasfivum, bij voorb. nollem huc txitum, Terent. Ad. V, 1, 13, i. e. ik wenschte, dat ik niet uitgegaan was. (2) exivifiem flaat bij Plaut.

EXEQUIAE, EXEQUOR, Exfequiae , Exlequor,

EXERCËO, ui, ïtum, 2. 1) oefenen, bij voorb. remiges, Nep. Dion. 9': milites in re, Sueton. Aug. 16: voeem&vires fuas , Cic. Or. 1, 33: memoriam , Cie. Seneét. 11: ingenium, Auct. ad Her.• III, 21: adolefcentes in thefi, Cic. Or. 14: adolefcentem in ftudio laudis, Cic.Brut. 64: in dialectica, lb. 69: aliquem ad aliquid, Cic. Cat. I, 10 : cafus, in quibus fortuna me exercuit, Cic. Tufc. V, 1: cf. Cic. Manil. 10: fe, bij voorb. fe in confultationibus, Cic. Att. IX, 4: fe in laboribus, Cic. Arch. 11: fe comïnentationibus, Cic. Brut. 71: fe ad Ennii verfus, Cic. Or. I, 34 : ook zonder fe, Cic. Or. II, 71 : ook exerceri zich' oefenen, bij voorb. difeunt, exercentur,. Cic. Att. VI, 1 med. : exerceri in venando, Cic. Nat. D. II, 64 : van daar a) bezig houden , bij voorb. tauros, Virg. Georg. I, 210 : lex exercuit' civitatem, Liv. III, 14 in. : menten in> optimis rebus, Cic. Semn. Scip. 9: geiws >