Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

500 FORMULARIUS —FORNAX

ftrae, Cic. Mur. 13: formulas ftipulatiojuira & judiciorum componere, Cic. Leg. I, 4 extr. : fiduciae, Cic. ad Div. VII, 12 : van daar formula cadere , Quintil. 111,6,63. Senec. Ep. 48 extr., of excidere, Suet. Claud. 14, i. e. het Proces verliezen, dewijl het niet recht aangelegd was, dewijl er in de wijze van aanklagt gemist was : of in 't gemeen, een Proces verliezen: van daar formula het Proces, aanklagt, bij voorb. formulam intendere injuriarum , Sueton. Vitell. 7, i. e. befchuldigen, verklaagen : dus otk formulam remittere , luid. : of formula cadere of excidere, het Proces verliezen, zie nier voor: d) gerechtelijk voorfchrift, in 't gemeen, of verklaring van Rechtsgeleerde zaken, in zoo ver zij daar toe dienenact anderen zich daar naar richten, bij voorb. Aquilii de dolo malocet., Cic. OfF. ni, 14, extr.: fiduciae , Cic. Div. VII, 12: teftamentorum, Cic. Or. I, 39: poftulationum , Cic. Verr. II, 60: fponfionis, Cic. Rofc. Com. 4: 4) dikwijls flaat het overtollig , doch men moet altijd aan een voorfchrift of formulier denken, bij voorb, formula juris, legum, fociorum , imperii in Livius, voor jus, leges, focios, imperium, bijvoorb. reftituere in antiquam formulam juris , Liv. XXVI, 24. XXXH, 33, i. e. in antiquum jus, om dat het naar zeker formulier gefchieddc: dus ook urbem ne quam formulae fui juris facerent, Liv. VIII, 9 poft med., alwaar formulae kan wegblijven: dus ook in antiquam imperii formatn redigere voor imperium antiquum, onder de voorige gehoorzaamheid brengen, Liv. XXXIII, 38 : iu fociorum formulam reierre, Liv. XLIII, 6. XLIV, 46, i. e. in focios, dewijl het volgends zeker formulier gefchiedde: ook kan men het door ivhoorzaamheid vertaaien, bij voorb. Paraclieleida nullo jure Theifalorum formulae fictum i. e. ditionis, Liv. XXXIX, 26.

FORMULARIUS, i, m. feil. caufidicus 1 i. e. een gemeen jurist of advokaat, die zich alleen met de gerechtelijke formulieren ' cl' roorfchriften ophoudt, die kent, zich uaar naar richt, maar niet tevens een Redenaar is, Quintil. XII, 3, 11. Cicero noemt zulk eenen legulejuin. Eigenlijk is het een Adjeétivum formularius, a, um, zich met formulieren enz. bezig houdende 1

FORMUS, a, um, i. e. calidus , Van', ap. Non. 12. n. 52. Feft. in Formucales.

FORNACALIS, e, 1) aen oven betreffende , daar toe behoorende: van daar fornacalis dea, Ovid. Fait. VI, 312, i. e. d' godin Fornax. 2) de godin Fornax betreffende, bij voorb. Fornacalia , feil. facra of folennia, Ovid. Faft. II, 527. Plin. 11. N. XVIII, 2, een feest tot haar eere.

FORNACARÏUS, a, um, i.q. fornacalis, zich met den oven bezig houdende, daar toe behoorende, bij voorb. fervus, Ulpian. iu Pandeét. IX, 2, 27 ante med.

FORNACATOR, oris, m. i. e. ovenjlooker, Pandeét. XXXIII, 7, 14 , alwaar gemeenlijk fornicator jlaat, doch het welk daar niet fchijnt te pasfen.

FORNACÜLA, ae;' f. 1) een oven, bij yoorb. magna, Juvenal. X, 82: 29 Tropisch , bij yoorb. calumniae i. e. oorzaak Apul. in Apolog. poft med. p.321 Elm. FOR.NAX, Seis, f. 1) een oven, bijvoorb. om te jlooken, fmelten, bakken enz., bij voorb. ardens, Cic. Nat. ü. I, 37: fornax acraria, Plin. H. N. XI, 36: calcan», Ibid. 9: balinci, PandeCt. XIX, 1,

FORNICATTM-FORS

58 : recoquunt fornacibus enfes , Virg. Georg. I, 472, i. e. fmidshaard. 2) eene Godin, die men wegens het bakken eerde, Ovid. Faft. II, 8, '25 : cf. Fornacalis. FORNÏCATIM , gewelfd , in de gedaante van een gewelf, bij yoorb. Palma arbor valida : in diverfum enim curvatut^—& populus. Cetera omnia inferiora pandantur: palma e contrario Fornicatim, Plin. H. N. XVI, 42 Ed. Hard. FORNÏCATÏO, önis, f. welving, gejlicht bij wijze van een boog, bij voorb. parietum, Vitruv. VI, 11: lapidum, Senec. Ep. 95 polt med. FORNICO, avi, atum, are, welven: van daar palma fornicatur welft zich, kromt zich, kluisgewijze, Plin. H. N. XVI, 42 Ed. Elz., maar de Ed. Harduin. heeft fornicatim , zie Fornicatim: van daar fornicatus, a, um, gewelfd, bijvoorb. panes, cic. Top. 4 : fornicato ambitu , Plin. II. N. XII, 5. Via fornicata eene praat in Rome bij het Campus Marcius, Liv. XXII, 36. FORNIX, ïcis, m. 1) een kluis, Cic. Top. 4. Cic. Or. III, 40. Senec. Ep. 90 poft med.: fornicibus ftruélis perduéta, Plin.

H. N. XXX, 3 : een boog, bijzonder tot eer van eenen Overwinnaar, zege - triumfboog, bij voorb. Fabii, Cic. Or. II, 66: cf. Cic. Verr. Aét. 1, 7. Verr. II, 63: 2) het geheele gewelfde dak, gewelf, ycrwttlfzel: van daar a) het verblijf der openbare Hoeren , omdat zij zich on.ier den grond in gewelfde kelders onthielden, hoerhuis, Horat. Sat. I, 2, 30. Juvenal.

III, 156. XI, 171 : ook werdt Caefar door Curio wegens zijne ontucht met dén Koning yan Bithijnien fornix Bithynicus genoemd, Suet. Caef. 49 in.: b) Tropisch , fornices coeli , Enn. ap. Cic. Or. III, 40 en Varr. L. L. IV, 3, gewelven of kluizen des hemels, i. e. coelum, maar het welk Cicero aldaar zelve afkeurt.

"ORNUS, i, m. een oven, fornuis, Varr.

_ ap. Non. 12. 11. 82.

r0R0, avi, atum, are, hooren, doorbooren, bij voorb. arborem, Colum. V, 10 extr.: aliquem ftimulis, Plaut. Moft. I,

I, 53: van daar Tropisch, per qualfos foratosque animos transmittitur, Senec. de vit. beat. 10 extr.

'ORS , tis, f. een geval, toeval , toevallig ] lotgeval, geluk, bij yoorb. Fors in aüquibus rebus plus quam ratio poteft, Cic. Att. XIV, 3 : Sed de illa ambulatione fors viderit aut — deus , Ibid. IV, 10: fors faeva, Catull. 63, J69: fors domina campi, Cic. Pif. 2: fors fuit, ut — locarentur, Geil. XII, 8, i. e. het gebeur- ] de enz.: dus ook fors fuat (i. e. fit) i. e. a) daar fla geluk toe ! dat hope gelukkig af! God geve er geluk toe 1 Terent. Hec.

IV, 3, 4 : b) i. e. misfehien, Sidon. Ep. I IX, 7: van daar fors fit o/forfit en fors fit an e/forfitan, en fors an of forfan misfehien enz., zie Forfit, Forfitan, Forfan : ook ftaat er fortuna bij, zie hierna: yan daar Ablat. forte bij geval, door een I toeval, door een geluk, toeyalliger of ook gelukkiger wijze , is menigvuldig , bij voorb. vet force vel providentia, Vellej. II, 65: forte quadam divinitus, Liv. 1,

4, alwaar fommigen beter fchijnen te lezen forte quaedam an divinitus : forte fua tempeftas adpulit, Virg. Aen. I, 377 ( 381 ), alwaar fua kon wegblijven , ten zij het zoo veel is als gunjlig : forte vel confilio, Liv. IX, 31: fit forte obviam, Terent. Phorm. IV, 3, 11: Cum Puteolos forte veuilïem, Cic. Planc. 26: cf. Hoiat. Sat. 1,9,1. üikwijls kan men

FORSAN—FORTASSE

forte misfehien, yeelligt, vertaaien, bif^ zonder achter Cl, fin, ne, nifi; ook zeer dikwijls, juist, even, bij yoorb. fi quis forte eet., Cic. in Caecil. 1: & aliquem, fi iorte, motum, Cic. Or. III, 12, alwaar fi forte voor forte jlaat, misfehien; -fin forte, Cic. ad Div. XII, 10: ne forte, Terent. Eun. II, 2, 56: nifi forte, Cic. Mil. 7 en meermaalen: alwaar overal misfehien , yeeWgt enz. past : verders juist, even, bij voorb. in quo turn 111agiflratu forte Brutus erat, Liv. I, 59: cum ftipendium miliribus darctur, Liv. II, 12: fit forte obviam, Terent. Phorm-, IV, 3, 12: forte evenit, Crafl*. ap. Cic. Or. II, 55 : cf. Horat. Sat. I, 9, 1. Virg. Aen. VI, 171 en 190. Liv. II, 4 med., alwaar ook in 't gemeen, toeyalliger wijze enz. past: Not. 1) men vindt ook forte temere, Terent. Phorm. V, 1, 3°, bij geval, alwaar het één overtollig fchijnt: ook ftaat forte, cafii, temere bij een, Cic. Fat. 3 extr. 2) Fors ftaat ook voor forte, bij yoorb. fors & vota facit, Virg. Aen. XI, 50, i. e. misfehien: cf. Ibid. II, 139. v, 232. VI, 537. XII, 183. Val. FI. III, 665. Stat. Sylv. III, 4,4! 3) Fors fortuna i. e. toeval, geval, geluk, ftaat dikwijls bij een, alwaar het een overtollig fchijnt, bij voorb. cafu, aut forte fortuna, Cic.Div. II, j: Quaeque fors fortuna eft, Terent. Hec. III, 3, 26. Dikwijls kan men hst vertaaien het goed geluk, bij voorb. forte fortuna adfuit eet., Terent. Eun. I, 2,54, i.e. ten gelukke was enz. Ook is Fors fortuna eene Godin , Ovid. Faft. VI, 773. Colum. X, 316: dus ook deam Fortem, Ovid. Faft. VI, 775 ; wanneer dan het by voeg fel fors zoo veel als goed, gunjlig, gelukkig, fchijnt. Voor haar bouwde Carvilius eenen Tempel, Liv. X, 46, en wel zoo als Livius zegt , naast den Tempel', welke aan deze zelfde Godin -door Serv. JMiusgewijd was. Voor haar werdt jaarlijks een feest geylerd, op den 24 "funij. Ovid. Faft. VI, 773 feqq. Van daar wordt Fortuna en Fors fortuna onder fcheiden, Terent. Phorm. V, 6, 1 : dus ook Fortuna en Fors , Cic. Leg. II, 11 extr.: van daar ook forte en fortuna fomtijds onderfcheiden wordt , bij voorb. fortunane an forte reperitur ? Ace. ap. N0.1.: dus ook fors aut fortuna, Ace. fbid. 70RSAN, Adv., yeelligt, misfehien, Terent. Andr. V, 5, j. Lucret. VI, 345. Horat. Od. II, 16, 31. Virg. Aen. I, 203 (2079. Auét. B. Afric. 45. Curt. 111, 2, (voor fors an i. e. het mogt gebeuren, het was een toeval, geluk. rORSIT (voor fors fit), misfehien, Lucret. VI, 735. Horat. Sat. I, 6, 49: ook hebben fommige Codd. zoo bij Virg. Aen. XI, 50. 'ORSÏTAN i. q. forfan , (voor fors fit an), misfehien, Cic. Or. II, 45. Cic. Rofc. Am. 2. Terent. Eun. I, 2, 117. Salluft. Jug. io5 (114). Virg. Ecl. VI, 59-

ORTASSE , Adv., 1) misfehien, yeelligt, Cic. Or. I, 22. Att. VI, 6. Caef. B. C. III, 51. Virg. Aen. X, 548 en meermaalen. Not. ook met den Infinitivus (of Accuf. met den Infinitivus), bij voorb. fortaffe arbitrari, Plaut. Poen. V,,. 2^, 44, misfehien, dat hij gelooft, d. i. misfehien gelooft hij. 2) omtrent, ongeveer , bij voorb. triginta fortaflc verfus, Cic. Or. 56 : biennio fortaffe major, Cic. Brut. 68 med., i. e. omtrent, yeelligt, ongeveer: 3) omtrent, wel, bijvoorb, feriunt fortalfe gravius, Cic Tufc. 1H, 23: dolent t'orsaue & anguntur, Ibid. I, »S

Sluiten