is toegevoegd aan uw favorieten.

Natuurkundige verhandelingen van Petrus Camper over den orang outang [...]. Over den rhinoceros [...] en over het rendier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i?6 NATUURKUNDIGE

dat zy volgens de voorfchikking des Scheppers, elkanders vyanden niet behoeven te zyn. Daarenboven zyn zy beide dieren, die zig alleen met plantgewasfen voeden, en uit den aart mak zyn. Men behoeft flegts de Epigrammata van Martialis te leezen, om te zien, hoe zy door vuur, door terging, en op andere moejelyke wyzen, die dieren tot verwoedheid, en tot vegten aanhitzen moesten?

Wil men, dat zy, om van het zelfde voedzel meester te worden, eikanderen bevegten, daar is niets tegen te zeggen; doch in dat geval zouden ook de Rhinocerosfen, even als de meeste dieren, die van hun eigen geflacht beftooken, en aanvallen.

§, 12. Het voedzel van den Rhinocêros is, gras, wortels, takken van boomen, en andere kruid-gewasfen; zyeeten, gevangen zynde, allerleie groente volgens Parfons zy eeten gaarne

zuikerriet, en allerlei graan volgens de Buffons aanmerking (7>).

De Rhinocêros, welke ik te Leiden dikwerf gezien hebbe, at allerleie groentens, doch liefst geele wortels. Sparrmann vondt, gelyk wy reets gemeld hebben , in de maag van een, dien hy, daags naa dat hy hem gedood hadt, opende, gekaauwde wortelen , en takken van boomen; ook allerleie fappige planten, gelyk de Stapelia enz. Dit mengzel gaf niet alleen een zeer aangenaamen reuk, maar verdreef den ftank van het doode dier. Echter heeft hy volgens de verzekering van Sparrmann en Gordon geene galblaas.

§ 13. De Rhinocêros fchynt niet kwaadaartig. Die voormaals te Leiden was heb ik dikwerf uit de hand gevoerd, en den muil doen openen, door haar, want zy was een wyfje, een wortel voor te houden; als wanneer ik met vermaak het uit- en intrekken van haaren vinger der bovenlip zag. Parfons verhaalt van ge-

iy-

(a) ib. p. 529. O) ib. p. 193.