Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 27 >

vërfcheiden Stroomen vlietên uit één en" dezelfde Bron, zonder, dat die vlieten z;;ven .. oig water aan eikanderen overftorten; ééne en dezelfde Boom heeft verlcheiden Spranten die* allen wel iet gelyks trekken van denzelfden wortel maar daarom eikanderen niet rauken. De overeenkomt!: van Spraaken leevert geen Proeve of bewys op van onrleemr.g mnar van iet gemeenfchappelyks in de Oorfpronkelyke Taal als haarer aller Moeder.

§ 18.

BI. 27. Reg ia. „ De Romeinen hébben de Ingezetenen deezer Landen, zo V fchynt, ook Tempels, Altaaren en Beelden ter eere van de. Godenleeren opregten. "

Ten tyde, door Tacitus de .M. G Cap, 43. p. m. 285 bedoeld, hadden zy, gelyk hy daar met ronde woorden zegt, , nulla Simulacra " geene Beelden , zelfs ., nullum peregrinee Superftitionis vestigium " geen enkelden voetfiap van vreemde bygelovigheid. "

Wat de Tempels betieft, op de ééne plaats getuigt hy, üat zy de Goden niet binnen eeni' ge muuren opfloten (u) en op de andere verhaalt hy, dat de Legioenen van Cajfar den Tempel, van Tanfana benoemd, ten gronde toe flegtten. v )

;;it is zeekerlyk niet gemakkelyk te vereffenen ten zy men het dus wiste overeentebrengen ,

dat

(«" Tacit. M. G. C. 9. p. 267. £y) Tacit. Ann. L. I. C. 51. p. 35.

Sluiten