Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( n~9 )

Hadt gij, als ik, zijn mannentaal Gevangen met aandachtige ooren,

Gij hadt (wat ook de boosheid finaal',) Den Mensch, den Chrilten, kunnen hooren}

Hadt gij gcluifterd naar zijn pleit

Voor Godsvrucht en nienschlievenheid, Voor eendragt bij de Landsgcnooten, •• Voor 't woord van Hem, die eeuwig leeft,

Die Vader-min voor Weesjens heeft, Dan was U wis de zucht ontfchooten:

„ Almagcig God! maak ook van mij

;, Een mensch, zoo edel als Berkhey! "

Le Francq! — och! — gaf de Hemel, dat Eens Overheid en Pricfter - orde,

En Vaderland en Leyden's Stad Naar uw tafrecl gelouterd worde,

Dat liefde Bato's erf bewoon',

Elk Burger uwen fchedel kroon', Ai! weiger niet mijn kunst-laurieren 1

Uw naam zal bij het nageflacht,

Dat altoos waare grootheid acht, Op aller wangunst zeegevieren,

Als de ondeugd, met haaf'J fchijn - vernis

Ten afgronde ingeblikfemd is.

JAN SCHARP.

Tred. te JVoordwyk - binnen, Lid van 't Taal- en Dichtl. Gensotfchap in 's Graavenhaage.

Sluiten