Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3a LAZARUS,

den Jlaap heeft u zijne hand het geneesmid. del tc-egefchikt. Kom , mijn broeder, leg u weder ter ruste , op dat gij voortgaat, met u door den flaap te verfterken >— hoe blijde zal zuster Martha zijn , als zij uwe beterfchap verneemt, >— Lazarus zegt met een meêr neergedrukte ftem : mijne beterfchap ! 6 de matheid, die ik in mijne leden gevoele , kan ik u niet uitdrukken >— 't is of ik reeds maanden ziek gelegen heb -h zodanig een loomheid drukt mijn lichaam op het krankbed neder... Maar welaan ! op uwe bede zal ik weder den flaap zoeken te vatten, dien gij zo aangenaam hebt afgebroken. . . maar geef mij, eer ik mij weder nederlig, een weinig drinken, >— 't is of 'er vuurvlammen tegen mijn gehemelte opflaan. Maria reikt hem daarop eene fchaal met water toe <-* die hij met hevige drift ledigt waarnaa hij plotsling weder op het bedde nederftort.

Eer Lazarus inflaapt, ontrolt Maria de Heilige Liederen , die Joanna haar ge-

bragt

Sluiten