is toegevoegd aan uw favorieten.

Lazarus in vier bespiegelingen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE BESPIEGELING. 87

hem dien beweezen. . . Gij zeker, Maria ! —> Jaa , antwoordt Maria, lieve Martha! toen gij in de armen van Joanna weg zonkt r-i meende ik dit den geftorvenen fchuldig te zijn. Goed, zeer goed en zeer wel gedaan , mijn zuster, nu mijn eenige ! barst zij uit —< en 't is of een glimlach door de trekken van haare ijslijke droefheid heenblikkerr. Zo blinkt, in eenen ftormnacht, tusfchen de pikzwarte wolken, een ftar voor een oogenblik heenen , om de duisternis van het volgend oogenblik zoveel afgrijfelijker te maaken. <-* Nu wendt zij het oog weder na Lazarus. —> Met eene woedende droefheid grijpt zij zijne handen heft die op -h en laat die verfchrikt nedervallen. -h Door deeze fchudding, glijdt een arm van het rustbedde. Nog leeft hij , zegt Martha, zie zijnen arm -h hij is niet geftorven. . . Maar de arm blijft flap nederhangen bij het rustbedde , en Maria , zagtelijk den afhangenden arm opneemende , legt dien weder op het bedde , en geleidt Martha van het lijk af ^ die Thaddeüs nu met

den