is toegevoegd aan uw favorieten.

Het land, in brieven.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•&

XVIII.

EUFROZYNE AAN EMILIA.

Den 7 April 17—■

afgezonderd 'ziekvertrek, daar ik gejene gerugten hoor, dan den onrustigen adem van eene lieve lijdende; —■ daar ik geene voorwerpen zie dan treurige, en, daar het flaauwe, met een fcherm bedekte, kaarslicht, flegts fomberefebemering vormt, 'is zedert eenige dagen, het verblijf van uwe Eüfrozyne. Een fchielijk toeval beroofde mijne dierbare moeder, in weinig dagen, van alle hare kragten; en mij, van de hoop om langer hare moederliefde te genieten: naast het ziekbed, waarop zij bleek en fprakeloos nederligt, zit ik dezen bij tusfehenpoozen te fchrijven. O! kon iku, mijne Emilia! de aandoeningen afmalen, die mijn hart verfcheuren! Dit zou mij eenige ruimte geven, wijl ik weet dat gij 'er in

deelen zoudet. ■ Doch neen, w;;t kan mij

uw weenen helpen ? ik lijde omiitdruk-

baar. ■—— Nooit was zij mij, dierbaarder dan.

nu. Zij was de leidsvrouw van mijne losfe

jeugd, de beste moeder, de braaffte Christen; en tog veelligt, zeer fpoedig, zou ik haar misfehen moeten. Mijn kinderlijk hart word doorG grief,