Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sao xv. brief, over ö e

vruchten plukt hij Van zijne opBanding! De fcherpfte angel is hierdoor aan den dood, zoo wel dien dood, dien hij dagelijks fterft, als dien , welke hem eindelijk eens in de groeve der verteering zal nederleggen , geheel ontnomen. Zijn fterven wordt hierdoor geene ftraf, maar een doorgang tot het eeuwig leven. En zijn graf wordt, van een akelige kerker, eene zagte rustplaats, waarin hij, getroost door de zekerheid van eene zalige verrijzing, die zoo zeker is, als het zeker is, dat Jefus verrees, zig aan het verderf kan overgeven, en juichen : „ Uit „ dit verderfelijke zal eens onverderfelijkheid „ voordkomen ; uit dit fterfelijke onfterfe„ lijkheid ; dood waar is uw prikkel ? graf „waar uwe overwinning?" Hij, die in het graf zonk en geene verderving zag, zal uit het vermolmd gebeente, uit de weggeftoven asch der jn God ontflapenen, eens heerlijke fchepfelen doen oprijzen, die beftemd zijn tot de zaligheid der Engelen!

Welk eene heerlijke, allen fchrik des doods, alle verdrietelijkheid des levens, trotfeerende verwagting! Laat vrij opeenvolgende rijen van zorgen, van woelingen, en kwellingen onze ziel afmatten, onze ligchaams-krachten ondermijnen, en de lieve rust hoe langs hoe verder van ons verwijderen, in den koelen fchoot der aarde heeft Jefus voor onze rust

ge"

Sluiten