is toegevoegd aan uw favorieten.

Magazyn van stukken betreffende de rechten der stad Utrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 225 )

Souverainiteir Hun Edel Mogende over de Provincie competeerende, door des Stads geregtigheden over de Stad gelimiteert waren, en dit wel zoodanig, dat Hun Edel Mogende op zig zelve, zonder overgaave van de Stad, geen gebruik konden maaken van het Imperium Eminens in een cas, waar in de Wettigheid van het gebruik van het voorfz. Imperium jegens particuliere by alle Regtsgeleerden buiten Controverfie ftaat:

Ten gevolge wederom hebbende, dat de Stad ten deezen opzigte met relatie tot Hun Edel Mogende niet hebbende kunnen aangemerkt worden, als een privata perfona (gelyk notoir ieder ten aanzien van den Souverain is) dan ook in dat zelve opzigt van de Abfolute magt geregtigd is te jouisfeeren.

2. Dat gemelde Limitatie in 2ig vervat, dat de executie van zaaken, gemeene middelen concerneerendc, niet is by Hun Edel Mogende, maar by de Stad;

Dewyl nu de poteftas executiva niet geheel en al kan afgefcheiden worden , noch van de poteftas legiflativa, noch van de Judiciaria, (als welke beide zonder eenige magt van executie van geen kragt zyn) zo zal evident blyken uit het voorgeftelde, hoedanig en de legiflative en de J.udiciaire magt den Heeren Staaten, in zaaken van gemeene middelen competeerende , over de Stad moet aangezien Worden;

Edog ten einde uit het Confent der Stad ten deeze geene overgaaf van Jurisdictie mogte afgenoomen worden , zoo Zal te letten fiaau, dat de Stad door het voorfz. Confent

niet