Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 17 )

Bacchus! Bacchus! wreek deze verfmaadihg van het trouwlooste meisje tog! Intusfchen wil ik , uit de wijnfles, die aan mijne zijde hangt, trots en vergetelheid drinken, op dat ik de gruuwzaame Nymph verachten kunne.

Ha ! op nieuw bezield , ftaa ik hier op den heuvel aan 't meir, en zie in de onmeetlijke diepte neder, verre weg, naar de azuuren wallen, tot daar zich de

uiterfte grenspaal des Hemels uitftrekt.

Welk vuur gevoel ik binnen in mij ? o Goden! een heilig Enthufiasmus voert mijne ziel tot het verr'fte geftarnte op, dat, boven mijn hoofd, en in den ftroom beneden mijne voeten, vol Majefteit, heen rolt. Snel loopen zij haare onafzienbaare baane, wonderlijk door elkander geflingerd, even als de wegen des Cretiefchen Hofs, het werk van Dadalus.

Zonnenftelfels golven , gloeijend, daar heen: Oceaanen vol vlammende baarcn laaten , onvermengd, op hun pad , Oceaanen van vuur te rug. Kleiner waerelden danfen langs de oevers des Aethsrs weg, dat de voordgeftuuwde lucht ze , ftormende, agter aan 15 bruischt,

Sluiten