Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 OVER HET VERDEDIGEN VAN

we zwaarigheden tegen den Christelyken Godsdienst heeft uitgevonden , dat hy met de taal van een' Rehdbeam, in de heilige bladeren, mag zeggen: Myn kleinfte vinger zal dikker zyn dan myri Vaders lendenen. (*) Een Vrydenker van onze dagen fchynt met den Paus naar de onfeilbaarheid te, dingen. Laage hoogmoed! zult gy zeggen, die nergens minder dan by den Godsdienst én het Godsdiehftige te pas komt. Zo is het, Mynheerën; maaide ondervinding heeft voorlang geleerd, dat hoogmoed gaarne op dit tooneel zyn rol fpeelr. In de kruipendfte dweepery zien wy dikwerf de trotschhèid op hetduidelykftëdoorftraalen- Dwaaling , kettery en dWeepery naamèn , niet zelden, uit zulke bronnen haaren oirfprong. Het is een aanmerking, die ik onlangs gelezen heb , dat de Herhhutfche Graaf van Zinsendorf , in den eerften aanleg , een dweeper uit hoogmoed wierd. Een jonge Graaf die 'er bevallig uitzag, die eèn' prachtigen Haat voerde , die ohdertusfchen nooit in de Comedie ging, en die, gelyk men zeide, den Bybel van buiten kende, was te Parys een verfchynfel, het geen de nieuwsgien'ghèid en verwondering van alle menfehen trok; en evén dit, dat alle menfehen de oogen op herri vestigden, was genoeg om een' jongeling van zulK een levendig geftel als ónzen Graaf, te kittelen , én hem mooglyk verder te voeren, dan hy ooit zelf bedoelde ; en dit beginfel heeft men ook by verfcheidë befaamde Deïsten geweldig zien medewerken.

Verder. Is de verwaandheid doorgaands een gevolg van onkunde ; die fraaije oirzaak ontbreekt ook in geenen deele by de menfehen

dié

r**) a Chron. X. 10.

Sluiten