Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER DEUGD IN DIT LEVEN. 33

leeren kennen. Wy zeiden toen : wanneer wy van een' boom, van een paard fpreeken, verftaan wy 'er allen liet zelfde door ; maar heeft dit ook plaats, wanneer wy , by voorbeeld, van een zedelyke hoedanigheid of toeftand , van wysheid , geluk , of iets diergelyks fpreeken ? Is het wel mogelyk dat dit plaats kan hebben, daar wy die zaaken zo zeer verfclrillende, elk naar onze byzondere geestneiging, befchouwen ? Ik weet wel, wy paaijen ons met die woorden• wy trekken verfcheide denkbeelden famen , brengea ze onder zekere benaaming , en herroepen daardoor voor onzen geest, verwardelyk , die denkbeelden , welke wy op onze wyze zodanig famenftelden. En nu maake men de toepasflng! Wat moet 'er gebeuren by het woord Deugd , iets, waardoor wy ons over het algemeen alles voordellen, wat fchoon en goed en nuttig en edel is ; alles wat famenvloeit om den volinaaktften mensch te vormen; alles wat tot onze pligten , tot het geheele ftelfel van zedekunde behoort. Moet zulk een ruime , zulk een uitgeftrekte zin, niet verbaazend veel aan de willekeur van ons oordeel overlaaten ? Moet hieruit ook niet volgen, dat zich elk het denkbeeld van deugd uit zodanige deelen famenftelt, als, naar zyn manier van denken en gevoelen , daartoe behooren ? En moet dit alles zulk een bepaaling van de deugd , waarby alle menfchen juist het zelfde denken, niet volftrekt onmogelyk maaken? Evenwel, om in zo veel verwarring eenige orde te brengen , heeft men deezen weg ingellagen. Men heeft een onderfcheid gemaakt tusfchen de Wysgeerige of Burgerlyke , en de Bybelfche of Christelyke deugd. Men heeft de eerfte bepaald, als een hebbelykheid, om onze bedryven naar het voorfchrift der C ge.

Sluiten