Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. BOE KJ is-

> Heilig was ons meeng' een dag,

Meeng' een avond heilig-;

Vriendfehap gaf ons moed in 't ftrijden, Vriendfehap kon ons hart verblijden En « verdween zoo eilig.

Nu nog eens voor 't laatst ter eer

Onzes vriends gefchonken: 't Uur dat nu ons mag vereenen, Doet ons morgen traanen weenen,

Diep in fmart verzonken.

Dit zongen wij en zwoeren elkander eene eeuwige vriendfehap; een vriendfehap die in verren lande zou voordduuren , en eens , boven zon en maan, vaster , en zonder traanen zou bevestigd worden ; wij beloofden elkander ons voor den anderen waardiger te maaken, ten einde ons niet eenmaal voor onze hemelfche broederen te fchaamen ; God heeft dezen eed gehoord; de Engelen, die ons geleiden, zagen ons met welgevallen ; en ik, Karei! ik zal hem nooit anders dan met eerbied herdenken,, met trouwe poogen te vervullen —■ dit was bijna ons laatfte gefprek ; een llaaplooze nacht volgde dit op ; de vuurig verlangde dageraad brak

eindelijk droevig aan de deizende mor-

genftar was getuige van ons laatst vaarwel, en — jk ging weg.

B 5 Nu

Sluiten