is toegevoegd aan uw favorieten.

Reinhart, of Natuur en godsdienst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

98

I. BOEK.

harmonie , bron van aardscb , en eens nog , milder bron van hemelsch geluk! hoe dierbaar maakt gij ons voor elkander!

Nu keer ik weder tot het geducht verblijf waar op ik leef. Dag aan dag zie ik dit verbazend element rondom mij, en de gewoonte doet de eerlte aandoeningen zeker al fterven — doch wanneer ik over hetzelve nadenk, dan huiver ik op nieuws : ik zweef tog boven een' kolk vol vcrflindend leven, en grimmigen dood; vol tallooze uitbreiding, en vernietigende verwoesting — ik zweef op den weg tot het geluk , en het toepad tot den dood; de fchuilplaats van den rijkdom, en de moeder der armoede"; geheele gewesten verzonken in haare afgronden , en vergruisde fteden liggen verfixooid op haaren bodem ; en hoe veele duizenden van menfchen-lijken , zouden hier niet gezaaid liggen , had het verderf en verflinding hen niet ontbonden, en in andere gedaanten hervormd.

Hoe veele menfehen, uit alle wereld-oorden , die wél te vreden — hoe veel anderen, die, gedwongen , of uit wanhoop , hun vaderland verlieten , die zig van hunne vrienden, echtgenooten en kinderen losfeheurden, om op verfchillende wijzen, elk den weg tot zijn geluk te zoeken ; doch door woeste ftormen, door blinde klippen, door wegllingerende maalitroomen, door

bloe-