is toegevoegd aan je favorieten.

Reinhart, of Natuur en godsdienst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. BOE- K.

193

roem der fchoone Christenleer geweest zijn, hadden liever deeze verduisterde volken in den nacht der onkunde , welke hun omringde , blijven voorddwaalen, dan dat zij flechts het fchemerend, en door bijgeloof omneveld licht des Euangeliums, door zulke bloedige handen onder hen ontdoken, zagen glimmen; dit zagen glimmen om de affchuwelijklte, de zwartfte daaden, die woedende gelddorst en laage wraak konden uitvoeren, met eene doodfche fchaduw te befchijnen.

Wat al vernederende menschkunde doet men bij deeze roerende gefchiedenis op! hoe veele onderfcheidene karakters zien wij in dezelve getekend! veroveraars, en overwonnenen zijn hier leerzaam en belangrijk; laage verraderij en list, valsheid en hoogmoed, gierigheid en wreedheid , ftaan hier tegen ligt misleide, geen kwaad denkende goedheid, tegen onfchuld en vriendfehaplijke trouw, ja zelfs tegen kinderachtige onnozelheid over — en de onfchuld wordt hier nogthans het offer der boosheid! — God, de vader der menfehen, zag deeze gruweldaaden ; zijne wijsheid liet die gebeuren, doch zal die eenmaal in de wereld der vergeldinge wreeken: Engelen zagen de wreedheden der flervelingen, en wendden hunne aangezichten weg ; en menfehen, menfehen in befchaafder tijdperken geboren, flaan de Jaarboeken der wereld na, en verwon-

I. DEEL. N de»