is toegevoegd aan uw favorieten.

Reinhart, of Natuur en godsdienst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. BOE K.

219

dien de Natuur weefde, en dien onderlinge deugd, zoo wel als de tijd, eene zoo taaje fterkte gaf? kan de inademing van eene andere lucht , de ihaaren onzer ziel minder melodiëusch doen klinken, of doen verdommen? neen, Karei 1 dit is onmogelijk! de zoo wijde afftand, kan niets anders, als den knoop onzer vriendfehap, even als de van elkander vliegende vogeltjens den draad, op het fignetjen, waarmede gij uw laatften brief verzegelde, naauwer toehaalen; hoe beviel mij de zinfpreuk, die het omringt: En s'éloignant k noeud fe ferme; ik gevoel dat zij waarheid is: hier niet minder, dan in 't vaderland, zullen wij elkanders vertrouwden zijn; ook hier zal ik u alle de gedachten, alle de gewaarwordingen van mijn hart, deszelfs lijden en vreugde zal ik u mededeelen; want ik weet, dat het uwe voor mij ontflooten is , en in mijn kleinfle lotgeval meer dan broederlijk deelen zal; en ik, meer dan ooit heb ik thans een vertrouwden nodig , aangezien ik in veele gevaaren, geheel aan mij zeiven overgelaaten, en jong ben: hier zie ik tog niemand, die wijsheid, deugd, en trouwhartigheid genoeg in zig verëenigt, om mijn leidsman te weezen; zelfs niemand die mij verftaat; eene geheel andere {lemming van ziel maakt de meeste menfehen hier voor mij, dat ik voor hun ben—onverfchillig. O! Karei! hoe zoet zal mij elke onderhandeling, elk briefgefprek met u dan hier blijven! hoe van zelf, zal ik telkens

den