Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. B O Ë K. sjf

kleeding, zoo naakt als het ter wereld kwam, geruster te flaapen , dan menig vaderlandsch kind op een donfe bedjen, onder kostbaare fpreien, of op den fchoot zijner zwakke moeder , in zwachtels en luieren ingewonden, immer doen kan; hier en gints kruipt , of fpeelt een deezer kleine zwartjens op den grond, ofzijverniaaken zig met elkander, bakeren zig in de ftraalen der zon , en Worden allengs fterker ; terwijl zij, zonder eenig pijnlijk gevoel van hunne flaavernij , allengs opgroejen , en zig aan de bezigheid hunner ouders gewennen zullen, zonder ooit verdriet in dezelve te gevoelen ; deeze gedachte is, dunkt mij, natuurlijk; en zij doet mij deeze wichtjens met minder medelijden aanzien , dan mij anders, bij de overdenking van hun lot, pijnigen zou; ik gevoel eene zekere betrekking op deeze kleine Negertjens, wijl zij op mijn' grond geboren zijn, en ik zal hen zeker niet flechter dan hunne ouders behandelen; ik lach, ik fpeel dikwijls met hun, hun welgezuivcrd zwart heeft , door de gewoonheid , voor mij alle haar afzichtlijkheïd reeds verloorcn; en hunne kinder-aartigheden bevallen mij recht wèl; een bevallig meisjen onder dezelve heb ik Ainarante genoemd, en een aartige jonge heet Amor — ik hoop evenwel niet dat hij iet van zijn'- naamgenoot, den algemeeneu werelddwinger hebben zal; want voor den boog van dat knaapjen ben ik wat angftig,

en

Sluiten