is toegevoegd aan je favorieten.

Reinhart, of Natuur en godsdienst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. BOE K. 329

wensen om haar te bezitten gloeide onwederftaanlijk in mijn hart; ik moest dezelve lucht geeven, en mijn lot beproeven ; waartoe zig eerlang eene gunftige gelegenheid aanbood.

dubingthon noodigde mij tot eene wandeling naar de vèrafgelegene achtergronden van zijne plantage , om mij zijn plan van uitbreiding aldaar medetedeelen: het denkbeeld, van mij zoo lang van mijne lieve bekoorfter te verwijderen geviel mij niet; doch ik kon dit verzoek niet weigeren , en ging dus mede , intusfehen geheel door de hoop bezield, om ook deeze 00genblikken niet te verliezen voor mijne liefde; het gefprek leidde mij van zelf daarheen : onder die dingen die wij behandelden, was ook de eenzaamheid van dit landgoed, de eenzelvigheid der levenswijze , en de tegenfpoeden die den Heer dubingthon hier , en in Engeland ondervonden had; een geheele reeks derzelven herinnerde hij zig, die mij waarlijk troffen; nu zal ik u ons gefprek verder, zoo natuurlijk als het afliep, verhaalen :

ik. O! hoe gaarne ontmoet ik zulke menfchen , die de nukken der fortuin kennen! dan ben ik, dunkt mij, op mijnen eigenen bodera , cn het hart flaat mij dan zoo vriendfchaplijk!

dubingthon. Hetzelfde word ik ook gewaar; van het eerfte oogenblik dat ik u zag, X 5 was