Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35*»

IV. BOE K.

ik. Is u dit geheel raadzel ? is mijn gevoel ü dan gantsch vreemd ? die onbevredigdheid die mij... zeg mij dan, lieve nannie! zijt gij hier ook altijd even vergenoegd ? is uwe eenzaamheid u nooit eens verdrietig?

nannie. Waartoe dienen deeze vraagen ? moeten die uw raadzel ontknoopen ? ik ben immers nu niet alleen? en...

ik. En de plaats gevalt u even zeer?

nannie. Meer dan immer.

Ik. Meer dan immer? heeft dan mijn gezelfchap cenigen invloed op uw genoegen?

nannif. Zou het niet! het is mij recht lief iemand te vinden, die zoo veel behaagen vindt, in iet, dat mij bekoort; dit ftreelt mijne eigenliefde , en verdubbelt mijn vermaak; ik ben hier ten minden beter voldaan dan gij; ik vind alles zoo fchoon ; Natuur lacht mij meer dan immer aan ; de waterval klatert grootfeher; de vogels zongen nooit harmonifcher; het middag-koeltjen , dat door de bladeren ruischt, is mij meer vertederend en ftreelt mijn hart; en gij...

ik. Ik, lief, hemelsch meisjen ! ik zoude deeze plaats een paradijs, het heiligdom mijner

edel-

Sluiten