is toegevoegd aan uw favorieten.

Reinhart, of Natuur en godsdienst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI. BOE K. i.57

op 't gelaat, alle zijne vermoeidheid uitflaapt, om den volgenden dag even vrolijk , even kommerloos te beginnen als deeze nu geëindigd wierd , dit is een aangenaam gezicht ; dikwijls lokt nannie mij bij de hangmatten van willem en louize, en deezen aanblik heeft doorgaands een allergelukkigften invloed op mijn vaderlijk hart ; met welk een onnoembaaren wellust gevoelt dit daar, even als dikwijls bij hunne dartelende fpelen, dat onze liefde de oorzaak van het aanzijn deezer gelukkige wezentjens was; en het klopt van waare dankbaarheid voor God die hen aan ons gefchonken heeft.

Doch het lief tooneel, dat zig zoo aanftonds op de kinderkamer aan mij opdeed, was niet minder interesfant: het was willem en louize , die na elkander, aan den fchoot van haare moeder, een zeer kort avongebed voor dat weldaadig Wezen , dat hun den geheelen dag bewaard, van alles verzorgd , hun vreugde en hen lievende ouders gegeven had , uitftamelden; geheel in hunnen toon, in hunne taal, en naar hunne begrippen is dit gebed ingericht, en alleen gefchikt om hun een diepen indruk van de grootheid, de goedheid en weldaadigheid van het voorwerp, dat zij aanfpreeken, te geeven; en hun hunne afhanglijkheid van, en hunne verpligting aan hetzelve te doen gevoelen; het is geen formulier dat zij eindelijk dromende , zonder eenige gewaarwording , leeren

na-