is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeen magazyn van wetenschap, konst en smaak

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

595

VERHANDFLINGOVER

vertoonen, zo kan haar licht op dat der vaste Herren even weinig invloed hebben, als een van deezen in ftaat zou zyn, om, by afweezendheid van onze Zon, onze Maan te verlichten, of deeze Aarde, in 't midden van den nacht, eenen anderen dag te fchenken. En even zo min kunnen de fterren hun licht van eenig ander lichtend lichhaam ontkenen. Dan immers zouden deeze bronnen van licht onze waarneemingen niet ontgaan , en nog veel meer dan te rug kaatfende fterren van onze aarde zichtbaar zyn. Wy weeten met eenigen trap van zekerheid , dat onze Zon een eigen en geen terugkaatfend licht heeft; doch men ftelle eens dat zy haar licht van een ander ligchaam onrfmo- en te rug wierp, dan is het zeker, dat dit ligchaam boven allen zichtbaar zou moeten zyn, en door deszelfs licht en glans al het overige der Schepping voor ons oog verdoven. Het is dus ten hoogden waarfchynlyk, dat alle de vaste fterren een eigen licht bezitten, en onuirputbaare bronnen van licht en warmte zyn; geen ander licht dan dat van een zon, van geen minderen rang dan de onze , kon door zulk een ongemeenen afftand ons oog met zo veel luister bereiken.

Welk een oneindig verfchil doet zich thans op tusfchen een oppervlakkige en achtelooze befchouwing van den Sterrenhemel, en het denkbeeld, dat wy 'er ons op deezen voet van moeten maaken ! In plaats van een rond gewelf met gouden (tippen of tintelende vonken bezet, zien wy thans een ontelbaare menigte Zonnen, in de onbegrensde ruimte des Hemels verfpreid, in reijen nevens, in lagen achter elkander, geplaatst, in een Goddelyke orde, alleen bekend aan Hem, die deeze lichten uit de duisternis deed fchy-

nen,