Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KENNIS IN DE BEOÉFN. DER GENEESKUNST. 2J7

eene voorafgaande prikkeling zig te beweegen en zamen getrokken worden. Daar nu de ondervinding leert, dat de werking, welke de ziel op het menschlyk ligchaam oefent , iü gevoel en beweeging heiraat , — zo is bet hoogst waarfchynlyk, dat het voornaamlyk dit dierlyk levens-beginfel is , op welk de ziel het naaste werkt, en door het welk zy haareii invloed op het ligchaam oefent ; en gèvolglyk , dar. hoogstwaarfchynlyk dit levens-beginfel het middel is, waardoor het ligchaam op de ziel , en deeze wederom op het ligchaam te rug werkt. —— Eindelyk Ten derden, leert ook de ondervinding, dat de werking van het levensbeginfel in de verfchillendd Mgchaamen zeer onderfcheiden is , en door menigvuldige -tusfehenkomende omftandighedeii gewyzigd word. Dc verfchillcnde ligchaam sgefleldheid, de levenswyze, de ouderdom , het klimaat , bykomende ziekten en andere oorzaaken , maaken ons ligchaam meerder of minder gevoelig, meerder of minder vatbaar voor aandoening , of, ('t welk op het zelfde uitkomt,) veranderen op verfcheiden wyzen de werking van het levensbeginlel. En zie hier de waare bronwel, waaruit de zo zeer verfchillende temperamenten, neigingen en hartstochten , voornamelyk ontfpringen.

Zo lang ligchaam en ziet geregeld op elkander werken, zo lang de ziel gecne onaangenaaffle gewaarwordingen van het ligchaam ontfangt, en zo lang dé natuurlyke werkingen van het ligchaam, door den invloed van de ziel niet geftoord w'öfden; zo lang j

Zegt men, de ménsch is gezond. Dog zo dra' heeft 'er niet aan de eene of andere zyde eene ongeregelde1 Werking plaats , of deeze wordt terftond meedegedeeld , Èn de gevolgen daarvan zyn, in evenredigheid van de tfATUURK. IV. D. Q oor»

Sluiten