Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het eiland ceri60.

Oftraciten van deeze foort oplevert. Dit eiland moetze uit den diepften afgrond der zee met zich hebberf aangebragt, en 'er moet hier eens het klimaat geheerscht hebben van die vreemde Laadftreeken, alwaar zy nu inheemsüi zyn. Onder de Vulcaanen, die hier de overhand hebben;, vindt men ook Kalkbergen, die een onderaardsch vuuï gefpleeten en half gecalcineerd heeft. Dan dat hy in de Vulcanifche bergen gantfche holen heeft aangetroffen , die met fchoongevormde lekffeenen verfierd zyn, is iets nieuws; want deeze vindt men alleen in de kalkbergen. Hy loochent, het geen de Ouden gefchreven hebben, dat het eiland ryk was aan Porphier, en denkt, dat zy door de kleur der rotzen, die naar het roode yzeroker zweemt, zyn bedrogen geworden. Op den weg van den oever der Zee tot aan het lekfteenryke hol, vond hy drie Vulcanifche Crateren, doch geeft de grootte derzelven niet op, en vergenoegt zich alleen met zodanige kenteekenen daarvan aatitetoonen, die derzelver beftaan buiten twyfel (lellen.

Het wonderbaarte dat hy op het eiland aantrof, is een gantfche berg van verfteende beenen van menfchen en landdieren , welke de bewooneren van het eiland den beenenberg noemen. Hy ligt aan den Zuidlyken kant van het eiland, niet wel een Italiaanfche myl af van de hoofdftad. Hy is een zodanige myl lang in den omtrek, loopt ftyl in de hoogte , en zowel zyn oppervlakte als inwendige gedaante , voor zo verre men nog gegraven heeft , beftaat uit beenen , die niet gecalcineerd , maar doorgaans verfteend zyn. Zy zyn zo zwaar en hard als fteenen , en haare holtens zyn met harde aarde opgeKk 4 vuld,

Sluiten