is toegevoegd aan je favorieten.

Algemeen magazyn van wetenschap, konst en smaak

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$8 natuurlyke historie

£) de bruine koekkoek,

Cuculus fuseus,

Deeze Koekkoek , die in Thuringen niet zeer zeld-< Zaam is, daar ik hem byna alle voorjaaren, by zynert doortocht, op het einde van April heb aangetroffen, onderfcheidt zich van de voorige geheel en al door zyne grootte , daar hy merkelyk kleiner is, door zyfl dikken vierkanten kop, mager lyf, korter pooien, die genoegzaam geheel met vederen bedekt zyn, door zynen korten, en aan den wortel fferken fneb, en by* zonder door zyn in 't ooglopende bonte kleuren.

Zyn lengte bedraagt u" g^j hiervan beeft de (laar; 5*"5 en de bek 8'//. De breedte der vleugels is i' io'f. De bek is zwart, aan den wortel en aan den onder* kaak in het blaauwgroene vallende ; de oogappel c* oogkring, en voeten zyn citroengeel; de ftrot perzekenrood en de teencn graauw. Kop , hals cn rug, zyn van een fchoon bruinroode kleur met zwarte, cn aan ieder deel genoegzaam gelyk van eikanderen ftaande dwarsftreepen geteekend. De dekveders der vleugelen hebben een gelyke teekening, en de ondcrite witte kanten. De vlerken zyn grys met bruine flreepen op de buitenfie vederen , die naar binnen in wit verwisfelen , doch op de agterfte vlerken loopen de grootte bruine flreepen door. De bovenfle dekvederen van de flaart en de kegelvormige flaart zelve zyn hoog roodbruin, eerst met enkele zwarte punten, en op het laatst met breede zwarte banden , die op de fchaft witte vlekken nalaaten, waardoor de flaart een feuitgngemeen fchoone teekening krygt. De punten

Ut