Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONSTERFLYKHEïD DER. ZIELE. 2X)

rondom de zon is veel (heller, dan de vlugt van een: af-efchooten kogel. O hoe veel werkzaamheid, hoe veel leven vertoont zich aan een oplettend oog in de geheele natuur! Dat geene , wat fchynt te rusten, de deelen van een vaste rots, de deelen van een (lil liggende balk werken met het krachtigfte leven op elkander, anders zou ik, die 'er op (la, 'er door heenen vallen.

V-

De werkzaamheid of het eigenlyke leven heeft zyners zetel in de afzonderlyke zelfftandigheden , cn de. werkzaamheid ontftaat niet eerst door de famenftelling, maar een famcugeftelde werkzaamheid van elke medewerkende zelfitandigheid. De famenftelling of vereeniging van meerder werkende wezens vermeer-, dert de werking, en kan aan dezelve een byzondere vioting geeven: doch zy onderftelt de innerlyke werkzaamheid van ieder afzonderlyk deel. Wanneer twintig menfehen éénen last trekken, dan heeftiedcr mensch voor zich-zelven zyne eigene kracht en werkzaamheid. Bezit hy deeze kracht niet voor dat hy mede aan het trekken gaat; hy zal ze daardoor niet ontvangen dat hy met anderen aan het trekken van deezen last gcfteld wordt. De mensch beftaat uit een nog nimmer door ons getelde menigte van zelfftandigheden. Misfchien gaat dezelve het getal van een mifliöen te boven. Alle deeze zelfftandigheden moeten werken, op eikanderen werken, teneinde daardoor vaste beenderen, famenhoudende aderen, fpieren, zenuwen, klieren, vliezen voortkomen, voedfel en toevloed hebben cn zich beweegen. Alle werkzaamheid van famengeftelde wezens berust derhalven op de werkzaamheid der eerfte zelfftandigheden , die met verfcheiden anderen een famengcftcld voorwerp uitmaaken. Men noemt ze MoO a HJ*

Sluiten