is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeen magazyn van wetenschap, konst en smaak

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O V E K. DE EERZUCHT. 963

byzonderen ftand, in zyn byzondere betrekkingen, deugdzaam, pügtelyk is , by den ander, verre van pligt te zyn, zeer na aan de ondeugd kan grenzen. Ik gaf u in myn voorige Verhandeling hiervan een' wenk. Brutus, de groote Brutus, veroordeelt zyn beide zoonen ter dood : hy verfchynt hier als Vader en tevens als Burgemeester van Rome. Wie ziet hier niet,'♦met welk een verbaazende onderfcheiding dit bedryfin den zelfden man, met opzicht tot die tweederlei betrekkingen, als Vader en als Burgemeester, kan en moet beoordeeld worden. Tïmoleön , de Griekfche Veldheer, offerde zyn' Broeder op aan zyn liefde voor het Vaderland; maar hoe onderfcheiden wierd die daad befchouwd ? Twaalf jaaren laater wilde men 'er nog over beflisfen. (*) Uit deeze algemeene bedenking wilde ik gaarne dit gevolg afleiden : dat 'er naamelyk zekere gemoedsneigingen by ons plaats kunnen hebben , welke men geenszins onbepaaldelyk en in een' volftrekten zin, goed of kwaad kan noemen, maar die, naar maate van hunne modificatiën , of, om het eenvoudiger uittedrukken, nagr maate van haare toepasfing, deugd of ondeugd worden, de famenkeving een wezenlyk nut aanbrengen of het grootfte onheil berokkenen, en, uit dien hoofde voor den Wysgeer en Zedekun.digeeen belangryke ftoffe opleveren, om ze behoorlyk te leeren kennen , en , door gepaste voorfchriften, tot bevordering en aankweeking van deugd en Godsdienst, te beftieren. Onder deeze geestneigingen, die, naar maate van haare leiding en toepasfing,

deugd

(*) Zie de Lofrede op Timokon, van den Heere van hall , in dit Nitmv Algemeen Magazyn. II Deel blaiz. 88.91.

Qq<i 3