Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER ONBEZIELDE DIEREN. 755

inbrengen, zo veeldoeulyk , oplosfe. — Het {preekt van zeiven, dat-zy, die het beftaan der onbezielde dieren beweeren, dit flegts op zommige foorten van dieren toepasfen , en dat zy daarby als beweezen vooronder'Uien, dat de overige dieren wel degelyk, hoewel in onderfcheiden trappen, zielsvermogens bezitten. — Dit te willen ontkennen , zoude de ongerymdheid zelve zyn. Men behoeft flegts met eenige oplettenheid de handelingen van zeer veele dieren nategaan, om zich te overtuigen , dat zy die zelfde neigingen , die zelfde driften , die zelfde gewaarwordingen van de voorwerpen van buiten , met één woord , die zelfde zinnelyke zielsvermogens bezitten, die wy by de menfchen befpeuren — ja dat zy zonder ondervinding, zonder onderwys,in veele opzigten den mensch zelf overtreffen. Dit alles heeft de beroemde reimarus in zyae uitmuntende Verhandeling over ds driften der duren zo volleedig beweezen , dat het -overtollig zoude zyn daaromtrent iets verders aantemerken. fk zal dus overgaan tot de behandeling van het onderwerp zelve.

Onder de voornaamfte bewyzen voor het beftaan der onbezielde dieren, behooren de volgende.

f. Mie dierlyke verrichtingen, zelf ook die welke by bezielde dieren willekeurig zyn , en door zinnelyke voorjlellingen worden voortgebragt , kunnen erkel uit de werking van het levensbeginfd verklaard worden. —— De werking van het levensbeginfel openbaart zich by menfchen en bezielde dieren door gevoel en beweeging. Elk zinnelyk voorwerp , dat op ons ligchaam werkt, en onze uitwendige orgaanen prikkelt, brengt eene zekere beweeging in dat deel voort; dee&z bewceging wordt alsdan door .middel van de- zeCcc 3. «*■

Sluiten