is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeen magazyn van wetenschap, konst en smaak

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BOVEN DEN ZOMER.

fen minften aan dien van werkeloosheid grenst, terwyl de toneelen van den Winter, wanneer hevige ftormwinden, uit hunnen kerker losgebrooken, de beroerde baaren der opgezwollen wateren , met een onweerftaanbaar geweld over haare oevers dry ven en eene algemeene overftrooming fchynen aantekondigen ; — wanneer hagelbuijen en aanhoudende ftortregens zich fchynen te vereenigen , om de natuur van haaren nog naauwelyks meer kenbaren luister te berooven, en haaren laatften ondergang te berokkenen; — terwyl, zeggen wy, deeze fchrikverwekkende natuurverfchynfels onze geheele ziel in beweeging brengen, en door vrees en hoop gellingerd , ons tevens met ontzag en eerbied vervullen voor dat Weezen, wiens hand alle deeze beweegingen der natuur beftiert , en van wiens wenk in deeze verfchrikkelyke ogenblikken de ondergang of het behoud der natuur afhangt.

Het gevoel van zelfbehoud brengt alle onze vermogens in werking , en verdubbelt onze poogingen, om,by het aannaderen der gevaaren, naar middelen

van veiligheid omtezien. ■ En het medelyden met

onze ongelukkige natuurgenoten kent, in deezen algemeenen nood , geene opofferingen te groot om hen byftand te bieden. — Zelf onze vyanden worden, in die ogenblikken van ziels verheffinge , voorwerpen van onze hulp en byftand. En waar is eene gewaarwording zo aangenaam en byblyvend , als die welke wy na uitgeftaane gevaaren gevoelen, wanneer wy, te midden van zo veele dreigende gevaaren, onze eigen veiligheid, en die van anderen hebben bewerkt; of wanneer by een alles vernielend onweder, by eene dreigende overftrooming, of andere vreesverwekkende H 4 na-