Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN DEN

L E E Z E R.

ziet, Leezer! op den titel deezes Werks mij, als Uitgecver, gemeld. Niet echter aan mij, maar aan den Heer Chevallerau, Predikant te Ommen, die deeze, in meer dan één opzicht moeielijke taak op zich genomen, en dus verre met zoo veel zorgs volvoerd heeft, koomt deeze eere geheel en onverdeeld toe.

En waarom ftaat dan uw naam op den titel? Ik ben niet dwaas genoeg om te denken, dat mijn naam aan het Werk van eenen Man, zoo geacht, als Curtenius, eenige achtbaarheid zou kunnen bijzetten. Alleen het verzoek des Overleedenen, weleer mijn' Leermeefter en Weldoener, deed mij hier toe befluiten, en ik bidde den Leezcr, dat Hij dit bewijs van dankbaarheid tevens aanmerke als eene proeve van den hoogen eerbied, dien ik aan 's Mans verdienften toedraage.

Curtenius was, gelijk in andere opzichten, inzonderheid als Leeraar van den Godsdienst, hoogsteerwaardig.

* 3 Den

Sluiten