Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE ZONDAG.

33J

Maar het verzekerd Vertrouwen is die wederkeerende daad des Geloovs (Fiducia refexaj van Gods zijde, waarin wij ons overtuigd vinden, dat wij reeds tot den Heiland gekomen, of in zijne Gemeenfchap zijn aangeland , en waarop men dan zich, uit kracht van de Godlijke belovten verzekerd houdt, dat men, hem ontvangen hebbende, ook eens door hem zal ontvangen worden in de eeuwige tabernakelen.

In het eerfte Vertrouwen is het voorwerp meer de Heere j ss u s en zijne gerechtigheid, zoo als die door het Euangelium wordt voorgefteld, maar, in het tweede Vertrouwen, is het voorwerp meer ons eigen hart, en het gezicht van ons aandeel , dat wij aan christus hebben.

Het eerfte derhalven gaat voor, het tweede volgt. Het laatfte kan geen plaats hebben, daar het eerfte niet gevonden wordt. En gelijk de bezigheid der ziele in het Toevlugtneemend Vertrouwen meer pra&icaal is, of nog meer beoeflent, voor zoo veel zij zich daadlijk met jesus vereenigt, zoo bevindt zij zich meer befpiegelend in het tweede Vertrouwen, om een vast en zeker oordeel over zichzelven te mogen vellen (12).

Hierover is nu verfchil gerezen tusfehen de rechtzinnige Godgeleerden in onze Kerk, of het wezen des Geloovs in het Toevlugtneemend Vertrouwen, dan of hetzelve in het Verzeekerd Vertrouwen gelegen is.

Dit verfchil is in de daad zeer te bejammeren, ni t alleen, omdat waare Godzaligen daardoor konnen gebragt worden: in eene groote flingering, niet wetende, wat zij -tot hunnen: grond moeten leggen, om zich te onderzoeken, of zij in het Geloov zijn, 2 cor. XIII: 5. Maar ook, omdat het waarlijk kan aanleiding geeven tot nafpraak onder de geenen, die buiten ons zijn, als zij hooren, dat het de Hervormden zelve onder malkanderen noch niet eens zijn, in zulk een gewigtig

ftuk,

(12) liMd in MifcdI. Groning. Tom. iv. Fsfc, iv. p. «57.

Y 3

Sluiten