Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE ZONDAG. 489

andere zijde, moeten wij ook wel vasthouden, dat er nochtans geen de minfte Daad is van den Mensch, waarin hij niet afhangelijk van God zij. Tot de eerfte ongerijmdheid vervielen in de eerfte Eeuwen van het Christendom de Swontaanen, Cerdoniaanen cn Manicheen , die een tweederlei Godheid Helden , eene die het beginzel van alles goeds, eene andere, die het beginzel van alles kwaads zoude geweest zijn; terwijl florianus, een der Leerlingen van polycarpus, beide het goede en kwaade in een beginzel zocht. Maar op den anderen klip ftiet zich zekere collythus, Ouderling van de Kerk te Alexandrie, in de vierde Eeuw, leerende dat God niet alleen geen kwaad doet, maar ook in het geheel zich aan geen anders kwaad liet gelegen liggen. En dit is het, dat naderhand, voor het grootfte gedeelte, door de Pelagiaanen gevolgd is. Tusfehen deeze twee uiterften treedt nu onze Rechtzinnige Kerk als op eenen Koninglijken weg, in het midden : terwijl wij wel ontkennen dat God eenige zonden zoude konnen werken, maar echter dezelve geenzins van zijne voorzie nigheid willen hebben uitgemonfterd.

Doch hoe komen deeze dingen overeen? Want het fchijnt zoo God een oorzaak van alles is, dan moet hij ook een oorzaak van de zonde zijn , of de mensch is ten minften in dit zondigen onafhanglijk van God. Ik andwoord: God is een Oorzaak van alles, dat is van alle zaaklijkheld. Doch de zonde aangemerkt op zichzelven, is eigenlijk niet iets zaaklljks*, niet iets ftelligs, niet iets daadlijks, maar het is veel eer iets gebrekkigs, (Dcfectivum feu .Privativum quid) een gebrek naamlijk van die zaaklijkheid, die ieder van onze daaden behoord te bezitten, welke in het daadlijk onderhouden van Gods Wet zoude moeten beftaan. Even gelijk, bijvoorbeeld,, 3e Doovheid, de Blindheid en de Armoede niets zaaklljks, naar iets gebrekkigs zijn. Dit is de reden, waarom de zonde net een ontkennend woord Anomia, 'A^U, Adikia, 'a^U, <it>eitheia,'a„clls»ct, Onwetlijkheid, Ongehoorzaamheid, Ongerechtigheid geheeten wordt, 1 joh.IÜ; 4. Hierom heeft

dan

Sluiten