is toegevoegd aan je favorieten.

Leerredenen over den Heidelbergschen catechismus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTTIENDE ZONDAG. 199

van Apelliar.cn, naar zekeren apelles, die een Leerling geweest was van den Aartsketter marc ion, en door de He~ meivaart vso. christus niets anders verltondt, dan dat zijn Lichaam zoude zijn wedergekeerd tot de vier Hoofdftoffen * aarde, water, lucht en vuur, waaruit hetzelve, naar zijne gedachten, ook eerst was voortgebragt. Het tweede foort van Ketters hadt tot hun hoofd eenen her moge nes, die ook hierin gevolgd is van de Seleuciaanen, dat hij door een ver» kecrd begrip der woorden, psalm XIX: 4. hij heeft in de* zelve een tente gefield voer de zonne, openlijk beweerde, dat het Lichaam van onzen Heiland niet verder, dan tot in de Zon, of in eenig geftarnte verplaatst was. Een Artijkel in* middels, onze aandachtige overweging ten hoogften waardig, als zijnde niet minder dan de grondflag van het Geloov def Christenen, en het anker der ziele, ingaande tot het hinnenfte des voorhangzels, daar christus, als onze Verlosfer, voor ons is ingegaan. Gaat dan uit gij Burgers en Burgeresfen van bet Geestlijk Zion, en aanfchouwt den waaren salomo, toen zijn Vader hem gekroond heeft als op den dag zijner bruiloft, hoogl. III: 11.

Ordershalven, en naar het oogmerk der Apostolifche Belijdenis , moeten wij zoo te werk gaan , dat wij

I. Eerst het Leerftuk van christus Hemelvaart blootleggen op zichzelven, uit vr. 46, 47, 48.

II. Dan zien, hoe het Geloov van een Christen daaromtrent werkzaam zij; waartoe ons de naafte gelegenheid doo£ vr. 49. zal gegeeven worden.

I. Belangende het Leerftuk zelve; dat zullen wij

A. niet alleen trachten te verklaaren in deszelvs gefield* beid, volgens vr. 46.

B. Maar ook te verdedigen tegen eene tweeërlei zwaarigbeid, welke op ons gevoelen wordt ingebragt, naaf vr. 47, 48.

Ten aanzien van het eerfte vraagt de Christelijks önderwlj»

ZSr , wat verstaat gij daarmede, o poe v aa"

O a ' R&Rt