Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achttiende zondag. 235

christus in zijne Hemelfche heerlijkheid te eerbiedigen! Zij, die in tegendeel den verhoogden Heiland zijn Majesteit, zoo veel in hun is, ichenden, zijn eer met voete.n trappen, en door de ophooping van hunne overtredingen, den Zoon van God als wederom krui f gen, hebr. VI: 6. Dat zijn dezulken, die de leden van dat Lichaam, daar christus het Hoofd van is, tot leden eener Hoere maaken, 1 cor. VI: 18. dezelve bezwalken met de fchandiijklte onreinigheden , en door het najagen van alles wat hunne oogen lust, genoegzaam bewijzen geeven, dat hun deel alleen in dit leeven is, ja dat zij de waereld met haaren driehoofdigen Afgod tot hun Hoofd verkoren hebben. Menfchen, welker einde is het verderv — phil. III: 19.

ó, Uitzinnige Menfchen! hoe iedel, hoe verdoemlijk zijn uwe handelingen! Al wat gij betracht op de aarde, is den Appelen van Sodom gelijk, die van buiten fchoon fchijnen, maar naauwlijks aangeraakt, in ftof en ftank verltuiven. In allen gevallen, wat zoude het u baaten, al kondet gij de geheele waereld gewinnen, en gij moest fchade lijden aan uwe onfterfïijke zielen! matth. XVI: 26. Denkt aan den rijken brasfer, die zijn goed in dit leeven hadt, maar die kort daarna zijne oogen ophiev in de helle, lijdende de fmarten des onuitbluschlijken vuurs, luc XVI: 23 — 26. Zoo zal het u ook moeten gaan, Godloozen! indien gij voortgaat tegen den Hemel ftrijden. Gij zult ter helle moeten nederdaalen, in het diepjle van den kuil, om, onder een onophoudelijk gejammer, wegens het gemis en verfmaaden van den Hemel, de helfche angften en verfchrïkkingen eeuwig te lijden.

Ei! ziet dan toe, dat gij dien die fpreekt niet verwerpt — hebr. XII: 25. ó Logge en traage Zielen! die zoo aan het ftof kleevt, ert aan de aarde gebonden zijt, als met ketenen der duifternis. Wat laat gij uw oogen vliegen op hetgeene dat niet is, en zich vleugelen maakt, gelijk een arend, die naar den Hemel vliegt? spreuk. XXIII: 5- Wat ftelt gij uw

heil nog langer in de aarde; en daarom,

q4 1. Sur-

Sluiten