Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJVENTWINTTGSTE ZONDAG.

5ï5

dorvenheid van het menschlijk geflacht, meenende, dat de mensch van natuure nog al vrij wat kracht heeft overgehouden ten goede. Ja, zoo hij maar wil, het ook nog in zijn vermogen is, al wat in het Euangelium wordt voorgefchreeven, natekomen. Doch dit is een wangevoelen, dat tegen den aart der zaake, en tegen het getuigenis van Gods Woord, lijnrecht aanloopt. Niet dat ik ontken, dat de mensch eenen vrijen Wil' heeft, voor zoo ver dkWil beftaat in eene vrijwilligheid des gemoeds, waardoor men niet kan merken , dat men door iets of iemand , buiten ons, bepaald of gedwongen en genoodzaakt wordt, maar hetgeen men doet, met lust, met welgevallen, en op eene voldoende overtuiging, verricht. Men kan ook niet lochenen, fchoon noch niet bekeerd zijnde , dat hij eenige zedelijke vermogens bezit, om gebruik te maaken van de middelen, waarop God-zijnen zegen verleent; want hij is geen ftok noch blok, of flechts eenig bloot beweegbaar werktuig, maar een redelijk fchepzel, die, hoewel van God afhanglijk, nochtans zelvs ook, als de tweede en naaste oorzaak, medewerkt, in alle zijne daaden. Ik zie anders niet, hoe hij verandwoordlijk zij over zijn doen en laaten. Ja, de Wil is het werkzaam vermogen van zijnen Geest; en niemand zal enkel veroordeeld worden om zijne onmagt, maar inzonderheid, omdat hij zelv naar geen goeden raad heeft willen luifteren. Dus moet men de grenspaaleh tusfchen de Pelagiaanerij en Quietisterij, welke laatfte enkel beftaat in een lijdelijk wachten, behoorlijk onderfcheiden. Maar, dat de ■vrije Wil des menfchen genoegzaame kracht zoude hebben, uit zichzelven, ter volbrenging van het geestlijk goed, daarvan was het tegendeel genoeg te zien aan den Apostel petrus, 'want wie konde twijffelen aan de oprechtheid van zijnen vrijen Wil, wanneer hij tot jesus zeide: al wierden zij ook alle •geërgerd, ik zal nimmermeer geërgerd worden.— matth. XXVI: 33, 35. Maar waar bleeven de krachten, toen hij, in weerwil van dit waarachtig voorneemen, zijnen Hee/ en ■Meefter tot driemaal toe verzaakt heeft. Ook maakt de Apostel LI 3 pau-

Sluiten