Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

516 VIJVENTWINTIGSTE ZONDAG.

ten: neen, maar dat Gods genade dan alleen overwint (i), en haare krachtdadige uitkomst onfeilbaar erlangt. Dit ftellen de Rechtzinnigen om verfcheidene redenen:

1. Eerst, omdat deeze Godlijke werking genoemd wordt een roepan naar Gods voorneemen , rom. VIII:- 28. zoo zeker dan, als Gods voorneemen en befluit is, zoo zeeker moet ook hetzelve door dit werk worden uitgevoerd.

2. De tweede reden is, omdat deeze Roeping befchouwd wordt als onberouwlijk, rom. XI: 29.

3. En niet alleen roept God de Uitverkoorenen, maar ook roepende trekt hij dezelven, zoo dat zij hem naloopen, hoogl. I: 4. joh. VI: 44. Hij is hun niet alleen tot een Raadsman, noch het is Hechts een bloot aanzoek, dat hij doet bij den •mensch, maar hij haalt en brengt hun daadlijk over, hetwelk dan bij den mensch van die uitwerking is, dat hij moet uitroepen, Heere! gij hebt mij overreed — Jer. XX: 9. Trouwens, dit gefchied niet door eenig gemeen vermogen , maar door kracht van God, door de grootheid zijner kracht, door de uitnemende grootheid zijner kracht, ja door die zelvde kracht, die hij gewrocht heeft in christus, ais hij hem uit den dooden heeft opgewekt, eph. I: 19, 20.

4. Dit werk des Geeftes draagt ook om die reden in het Heilwoord den naam van een fcheppen , psalm LV: 12. s cor. V: 17. eph. II: 10. IV: 24. van weder baaren; joh. III: 3, 5. tit. III: 5. 1 petr. I: 3, 23. van leevendigmaaken, eph. II: I. van het geeven van een nieuw harte, en een nieuwen geest , in het hinnenfte van ons, ezech. XI: 19. XXXVI: 26, 2-. en wat diergelijke fpreekwijzen meer zijn, die de menschlijke kracht ten eenemaal buitenfluiten, doch die blinkende ftraalen zijn van Gods onwederftaanbaar alvermogen, om de hardigheid van 's menfchen hart te vermeefteren.

Evenwei, niemand denke, dat God hiertoe den mensch als

tegen

Sluiten