Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEERREDENEN

OVER DEN

HEIDELBERGSCHEN

CATECHISMUS.

ACHTENTWINTIGSTE ZONDAG*

T E X T: matth. XXVI: 26—28.

Én als zij aten, nam je sus het brood, èn gezegend hebbende brak hij het, en gav het den Discipelen , en zei de, ■ neemt, eet, dat is mijn lichaam. — En hij nam den drinkbeker -t en gedankt hebbende gav hun [ dien ] , zeggende, drinkt alle daaruit. ■— Want dat is mijn bloed, het [bloed'] des Nieuwen Testament!, hetwelk voor veelen vergoten wordt? tot vergeevinge der zonden.

VAN IIET HEILIGE AVONDMAAL.

75 Vraagtï. Hoe werdt gij in hec Heilige Avondmaal Vermaant en verzekert, dat gij aan de eenige Ofierhande van Christus, aan het Kruis volbragt, en-aan al zijn goed gemeenfchap hebt?

Andw. Alzoo: dat Christus mij en alle Geloovigen, tot zijner gedachtenis, van dit gebroken Brood te eeten, en van dezen Drinkbeker te drinken bevolen heeft, en daar toe ook belooft: eërftelijk, dat zijn Lichaam zoo zekerlijk Voor mij aan het -Kruis geofferd^ en ■ gebroken, en. zijn .lil. DEEti, A Bloed

Sluiten