is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen over den Heidelbergschen catechismus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTENDERTIGSTE ZONDAG. 441

Hoort dit, gij gerust en te Zion, gij zekeren op den berg van Samaria; en laat ons doch vreezen, dat niet te eeniger tijd de belovte van in zijne Ruste integaan, nagelaaten zijnde, iemand van u fchijne achter gebleeven te zijn. Hebt gij dan, Menfchen.' nog eenigen lust tot die belovte, wel denkt dan toch, en begrijpt, dat het immers niet te veel is, daar de Heere u zoo veele dagen verfchaft tot uwen arbeid, dat hij ook eenen Dag voor zijnen Dienst houdt. — Immers , niemand mag zich hiervan veifchoonen, uithoofde der gefchillen die er zijn, over het gezag van den Dag; want, waarin ook onze Godgeleerden moogen verfchillen, zij zijn het daarin eens, dat de Christenen op deezen Dag, door geweetenverbindende redehen verpligt zijn, hunnen gewoonen arbeid te ftaaken , en de Heilige Vergaderingen bijtewoonen. De groote voetius zegt zelv: ,, het is genoeg voor den vrede der Kerke, dat men het „ eens is omtrent de verpligting tot deezen Dag; offehoon „ men in den grond van die verpligting eenigzins verfchilt *\ Gij kunt doch geene twee dingen te gelijk doen; en , gelijk het eene werk in het Burgerlijke dikwijls voor het andere moet ftilftaan, zoo moeten de zaaken des leevtochts veel meer wijken voor het werk van den Godsdienst. —. Dat is ook waar » het Rusten op zeekeren Dag is thans geen Joodfche Ceremonie meer, in tegendeel, wij komen met meer vrijheid, en wij behoorden daarom des te gewilliger te zijn. — En zelvs wil ik niet zeggen, dat men zich op deezen Dag ook niet eenigzins zoude mogen ontfpannen ; want, men leest van christus zelvs, dat hij ging wandelen door het gezaaide, op eenen Sabbath , matth. XII: 1. en dat hij ook op den Sabbath kwam in het huis van eenen Over ft en der Pharizeen, om brood te eeten, luc. XIV: 1. Doch zulks moet zonder ergernis kunnen gefchieden; dit maakt ons niet onbekwaam tot den Godsdienst, maar is ons veel eer voordeelig, om met nieuwen lust en verfche krachten tot den dienst deS Heeren wedertekeeren. Ja, gij zijt tot vrijheid geroepen, alleenlijk misbruikt de vrijheid niet, gal. V: 13. want F f 2 wie