Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51* VEERTIGSTE ZONDAG.

De eerfte is, dat wij tegen onzen Naajlen gedüld bewijzen. Geduld is eigenlijk die Deugd, waardoor wij de verongelijking van een ander verdraagen kunnen, en geen kwaad met kwaad vergelden willen. Dit hadt david geleerd, die, in de vloeken van eenen simei, Gods kastijdende hand aanmerkte, en daarom zeide: laat hem vloeken— 2 sam. XVI: 10—12. Dit Geduld is ook een rechte vrucht van de Lievde, want paulus getuigt, dat de Lievde langmoedig en goedertieren is, 1 cor. XIII: 4. Een Deugd, die hij daarom den Collosfenfen zoo krachtig aanprees, col. III: is., 13, H«

De tweede tak van de Lievde des Naaften is vrede. Deeze wordt onderhouden met de menfchen, wanneer men niet alleen alles vermijdt, wat aanleiding zoude kunnen geeven tot vijand* fchap, maar ook de Vrede, eens geftoord zijnde , haastlijk wederom verzoend met zijne wederpartij, en geen haat noch verwijdering van gemoed in zijn binnenfte laat vernachten. Dit eischt de band, dien de Heere zelv tusfehen het menschdom gelegd heeft: hij heeft gewild, dat de menfchen in gezelfchap zouden zamenleeven; om dan dien band niet te krenken, is het noodig, dat de een den anderen geene moeilijkheden verwekke, maar dat wij Vrede houden met eikanderen, paulus eischt dat zelve, rom. XIV: 19. laat ons najaagen, hetgeene tot vrede en tot ftichting onder eikanderen dient, vergel. matth. V: 9. en hebr. XII: 14.

De Zoogfter van deezen Vrede, en waardoor het Geduld Xe. gelijk volmaakt wordt, is de Zachtmoedigheid; eene deugdlijke heblijkheid, waardoor een Christen zijnen toorn kan inhouden, of zoo ver matigen, dat dezelve geene zonde zij, en voorts door allen zijnen omgang met de menfchen vertoont eene evenmatige gemoedsgeftalte in woorden en werken. Dit is de groote Deugd, die wij van christus leeren moeten: leert van mij, zegt hij, dat ik zachtmoedig ben, — matth. XI: 29.

a. Eene Deugd, die zeer gepast volgt op den vrede , zoo even gemeld; want, daar de oploopenheid de grootlte beroer-

te*

Sluiten