is toegevoegd aan uw favorieten.

Dichtlievende verlustigingen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vanGEDICHTEN. 235

Uw aandrang is te fterk. Welaan!" dus borst hy uit, Verneem, 't geen 'k anderszins voor altoos zou verbergen!

Wie 't goede om roem betracht, en dankbaarheid begeert, Is flechts ten halven goed. Dit hebt ge, in vroeger jaaren, •

Geliefde Vader! reeds met nadruk my geleerd. Hierom verzweeg ik u 't geen korts my is weêrvaaren.

Hoe klopt my 't hart! gewis, 't Vermaak van wel te doen Is 't edelfte gevoel, bevinde ik, in dit leven.

'k Moest,om een dooiend fchaap,my naar 't gebergte fpoên, En hoorde een'jammerkreet, waarvan ik ftond te beeven.

Ik naderde, en vernam een' man, die 't zwaare pak Van moede fchouders wierp, en dus begon te klaagen:

Niets wint myn arbeid dan met bitter ongemak. Ik kan, ik kan dien last onmooglyk verder draagen...

Ik zwerf, belaaden, in de heete middagzon, Waar boom noch heester my verkwikt met. koele vruchten.

'k Verfmacht byna van dorst, en vind fontein noch bron In deeze zandwoestyn. Wat flaat my nog te duchten!

'k Slaa de oogen in het rond, en zie geen' mensch, geen pad Dat naar myn hut my leid, uit deeze barre flreeken.

Ik mor niet, groote Goön! gy hebt my lief gehad, En altoos onderfteünd... Myn kniën zyn bezweken....

Gg 2