Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men metz;ch zelve alleen rekent, is men oprecht: — van de bcfpiegeling over die ondeugd geraakte ik natuurlyk op derzelver nadeelige uitwerkfelen , en ik kon my niet ontveinzen, dat, daar dezelve in eene Monarchie zeer fchadelyk zyn, zy althands in eene Republiek hoogstgevaarlyk worden, voornaamlyk wanneer die Republiek op Gelijkheid moet gegrond zyn: dit bracht my van zelve op onze tegenwoordige omHandigheden; hoe zullen wy, dacht ik,, er nog in Hagen, om eene Conftitutie te vestigen, waar van Gelijkheid de grondflag moet zyn, daar het tegenflrydige van dat beginzel byna in aller harten gelegen is? en hier herinnerde ik my veelcn myner vrienden, die ik fchier niet meer herken, federt zy in 't beftuur gekomen zyn. O! riep ik uit, welke zwarigheden hebben wy nog te overwinnen, en welke moeilyke plichten te vervullen, en hoe weinig is er het charakter van onze Natie nog toe gefchikt! — Daar ik van nature zwaartillend ben, brachten my deze overdenkingen en het donker uitzicht in het toekomende, in eenen zwaarmoedigen luim, en geen kans ziende 0:11 dien te verdryven, nam ik toevlucht tot myn lastfte hulpmiddel in diergelyke gelegenheden , floot het boek toe, en begaf my te bed. Maar nooit ondervond ik meer, dan toen, dat de ziel, fcboon het ligchaam rust , nog werkzaam is omtrent die zaaken, die by dag zyn voorgevallen, of waar aan zy ernfcig gedacht heeft; offchoon de belemmering, welke zy door de rust des ligchaams in bare werkingen ontmoet, te weeg brengt, dat hare denkbeelden ver- \ ward zyn —dat de meest uitéénlopende, ja zelfs tegenftrydige zaaken, in één punt te zamen gebr.:cht wor- 1

den, ■ en dat de gebeurtenisfen van verfchillende i

Eeuwen onder één vermengd , en als 't ware in één ( tydilip worden zaamgefmolten , gelyk hier het geval c was; want niet lang was ik in fktap geweest, toen ik [ my verbeeldde dat ik my als reiziger in Spanje bevond, en tevens dat er in dat Land eene Revolutie ] plaats had , gelyk aan die van Frankryk. — g Met blydfchap zag Lk ia een Land, waar tot nog toe de c

Adel en Geestlykheid zich om Hryd beyverden, om de Natie in domheid en flaverny te houden , in elke ftad.en in elk dorp waar door ik reed, den Vryheidsboom geplant; onverwacht bevond ik my in de provintie van Mancha, en de velden van Montiel doorrydende, kwam ik aan een groot dorp, daar ik eene menigte lieden van allerlei ftaat en ouderdom, met luidruchtige vrolykheid, rondom den Vryheidsboom zag dansfen ; ik vraagde of er iets byzonders was voorgevallen? Ja , andwoordde my iemand uit den hoop, Sancho Pancha is raad geworden; terftond herinnerde ik my , dat ik my in dat gedeelte van Spanje bevond, daar Don Qjiichot geboren was; leeft de Ridder DonQjiichot nog? zeide ik; ja, andwoordde een lief aartig meisje, maar hy is geen Ridder meer, hy is burger; — des te beter, zeide ik, en gaf myn paard de fpooren. Ik ontdekte terftond het Kasteel van Don Qjiichot; hoe dit bykwam, weet ik niet, wat ik had het zekerlyk nooit te vooren gezien , maarik droomde, — op zyne gistvryheid vertrouwende ' reed ik de poort in , en in een hoek van 't voorplein een kleene Hal ziende, bracht ik er myn paard in; hier ontdekte ik den voorheen fijren Ronfinant, die zeer broederlyk naast het graauwtjs van Sancho, uit dezelfde kribbe, Hond te eeten; ik bezag hem eenigen tyd, en na betaamlyke hulde gedaan te hebben aan de eerbiedwaardige lidtekenen , die hy nog van zyne ridderlyke feiten had overgehouden, Hapte ik naar' iet huis, ten einde myn vriend Don Qjiichot te be;roeten; niemand in het portaal, noch ook in de 'oorzaal vindende, ging ik door een langen gang, )3ar een achterzaal, daar ik my verbeeldde te hooren preken; de deur der zaal Hond* half open, en eene inbetaamlyke maar onweêiHaanbare nieuwsgierigheid rong my, om door de reet der deur de fpiekets te egluuren en te beluisteren.

Ik zag den Ridder Don Qjiichot op een rustbank ggen; hy zag er zeer vermagerd en vervallen uit, ïaar had in zyn gelaat nog dezelfde ernsthaftigheid , iejiy als dooiend Ridde.r weleer had aangenomen;

hy

Sluiten