Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op altaaren en gedenk-steenen. 21

Omtrent een half uur buiten de Stad is in den jaare 1527 deeze Grafnaald opgedolven,

Deszelvs eerste bezitter is geweest Gerhari van Valkenburg. L. Guicciardini Defcriz. di Pacfi Basfi pag. 212. Na wiens dood deeze Steen langen tijd verwaarloosd is geweest, waar door ze aan het benedenste gedeelte gebroken, en van eenige letteren berooft is geworden, zijnde als noch ter hoogte van een voet en ruim vier duimen, in het midden fpits oplopende, en ter breedte van een voet en tien duimen. Naderhand is ze in bezittingé gekomen van den Heere Rudolph van Steen•wijk , en door den zeiven aan de Stad vereert om op het Raadhuis bewaard te blijven.

M. Smetius fchijnt dit Gedenkteken noch ongefchonden te hebben gezien, als blijkt ex infcript. antiq. opere fol. clxvii. 16. Gruterus geeft het Opfchrift ook in fijn geheel pag. dlxv. 6. maar niet zo naauwkeurig als Smetius. Men vindt het zelve insgelijks bij Eric. Puteanus in Disf. de Stipendio miiitari cap xi. in Graevii Thef antiq. Romanar. Tom.X. pag. 1504. Merula in Comment. de Neomago pag. 54. Scriverius in Tabul. antiq. Batav. pag. 201. Pontanus Bijl. Gelr. lib. u pag. 9. Hagenbuchius in ep'Jl. epign ad Bouhierium et Gorium pag. 580. en Jo. Andr. Hultman in Miscell epigraph. §. xv.

Jac. TolliusiK Fortuit. pag. 318. en Orfato Marmi eruditi P. 1. Lett. vn. hebben dit Opfchrift gebrekkig uitgegeeven, uit welken Muratorius het zelve heeft doen nadrukken in Thef. nova infcript. pag. mdcclxvi. 8.

C 3 L,

Sluiten