Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 GEDENKSCHlFTEr? van

beu leereu kennen , gaf ik hem de vrijheid mi] tot mijnent te bezoeken. Hij had rede om over mijne vriendfchap voldaan te zijn. Ziende dat mijn hart vrij , en niet onaandoenlijk was, nam hij geduld; hij hoopte, dat hij eens het geluk zoude hebben tederer gevoelens voor hem op t* wakkeren. En, wie weet?... Wie kan 'er voor inftaan?... Maar terwijl hij naar waarheid alle de vraagen beantwoordde, die mijn verfland, cn mijne nieuwsgierigheid mij deeden voorltellen , verwaarloosde hij zijne eigen zaaken. Het denkbeeld , ik ben ilegts een Burger, konde hij niet verdraagen. Hij bedierf zich des grootelijks door buitenfpoorige verteeringen ; hij leefde overeenkomftig den titel, dien hij had aangenomen. Deeze dwaasheid mishaagde mij geweldig. Zelf befchaamd te zijn over ons gedrag, is, dunkt mij, het ware middel, om de kleinagting van anderen te rechtvaardigen. Zijn inborst was droefgeestig, en vatbaar voor haat! Hij zeide, de menfehen genoeg te kennen, om hen te ontvlieden, fa te veragten. Hij had zich in 't hoofd gebragt, om niemand te zien dan mij; en hoopte mij insgelijks hier toe te brengen. Evenwel dit plan had de eer niet van mij te behaagen. Ik zoude mij mogelijk door bloemenkranfen hebben laaten binden, maar ik veragtte allerlei drukkende ketens. Nu was ik genoodzaakt zijne hoop bij den wortel aftefnijdenen hem niet te ontfangen, dan in .gezelfchappsn die ik niet kon weigeren te zien.

Dit

Sluiten