Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i3q GEDENKSCHRIFTEN van

ftaat om de bekoorlijkheid der dankbaarheid te bezeffen; en zij die hier niets van gevoelen, zijn gering in zich zelf, of worden bezeten door afgunst : hoe meer men voor hun doet , des te meer vergramt men hen ; men toont gebrek aan voorzichtigheid en menfchelijkheid, als men de menfehen in ftaat ftelt om kwaadaartig te kunnen worden.

agtste bedenking.

Indien ik het gefprek niet op de pligten van ■ den Godsdienst leiden kan , dan moet ik mij daar niet over uitlaten. De ondervinding toonde mij , dat de meeste vrouwen daar meer over fpreken 'om zich air te geven , dan uit overtuiging; dat de verftandigfte en deugdzaamfte veelal zwijgen. Ik heb gelezen , gedagt, aangehoord; de reden , en de klaarblijkelijkheid hebben mij overtuigd dat ik over al eigenbelang, valschheid en zwakheid vond. Maar het groote punt ben ik ypij? is nog onbeflischt. Ik hoor, door de beste menfehen, het voor en tegen beweeren; maar zij kunnen mij niet aanwijzen wat dat is, waar door alles bewogen word ? Ondervraag ik mij zelf, dan doet de zwakheid mijner zintuigen, mij geduurig vreezen , dat ik mij zelf niet bcwaaren kan. Hoe zeer ik mij bevlijtig om mijne rust te beveiligen en voor mijn zelfbehoud te zorgen , wat vinde ik? Dan, dat mijne reden ongeuoegzaam

is;

Sluiten