Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN

N. N.

aarom, o dierbaarfte aller vrinden,

aarom, o dierbaarfte aller vrinden , Staart gij, zoo treurig , naar den grond' Waarom gedoogt gij, dat de droefheid Die rimpels in uw voorhoofd groeft ? Gij ftapt op 't hobb'lig pad des levens. Droefgeestig, zonder aandagt, voord: Gij ziet, aan alle zijden, dorens, —.

Maar ach ! de roezen vind gij niet. Mijn dierb're vriend, 'k wil u vertroosten: Sta hier met mij een weinig (lij.

'k Heb vaak gedeeld in uwe vreugde . t

'k Wil deelen in uw ongeluk 1 Gedoog, dat ik. den zagten balfem

Der troost op uwe wonden leg'; Een troost, gewrogt uit't licht der hope, Uit 't zoet der vriendfehap, en—-ditlied.

Sluiten