is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedichten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vaderlandfche Gezangen. 107 „ Ai toon Almagtig God! dat Gij voor Neerland ftrijdt! „ Dat Gij der wezen arm; der zwakken fterkte zijt!"

Jehovab op zijn troon ver boven de aard verbeven, Omringt van 't hemelsch heïr, heeft ftraks bevel gegeven s Hoe ver tot Neêrlands tucht Brittanje's magt zal woêu , Haar trots een perk gefield om 't weerloos volk te hoên.

Ras doet Gods hoog beflei haar beste list mislukken, , Dalmatie's klippig flrand doeg 't fnelle fchip aan ftukken, Dat Englands boden vocrd' naar India gefchikt, Door woeste rovers op hun beurt berooft verfchrikt, Zien zij hun reis vertraagt, of moeten wederkeeren: O gunllig Albeftier dat Neerland blij moet eren! Een ander vliegend fchip naar Afrika gefnort Komt aan de Kaap, in fchijn van vreê, maar word gefloir Juist in den zelfden poel voor Nederland gedolven; Des Heren magt en gunst had rasfer door de golven Het Franfche fchip gevoert, dat de oorlogstijding bragt. Dus wierd het Britseh fregat met al' 't gehe'm bevragt, Berooft, zo vangt Gjds hand de wijzen in hun nette.:, Zo kan zijn magt alöffi de hoogmoed palen zetten.

II 4 Dan,