is toegevoegd aan uw favorieten.

Joseph, in zes zangen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE ZANG.

Zij voerde mij omhoog den throon der Almagt nader, En 'k zag, ö welk gezicht! den nooit volpreezen Vader Van ons gezegend huis, den grooten Abraham. „Kom hier, gij zijt een telg van mijn' beroemden ïlam. Hier fmaakt gij een wig heil. (Die taal klonk mij in de ooren.) Hier wordt de braave menfch tot zaligheid herbooren." ó God! fteeds volg' mijn hart uw wet, zo diep gedrukt In 't menfchelijk gemoed, fchoon hem een dwaaling rukt Van 't rechte fpoor, dat u als God en Heer leert kennen: Zo zal mijn reine ziel, als 't ware, op arendspennen Opftijgen na het licht der ongefchapen' Zon. Maar 'k bid u, eeuwig God! en onuitputbre Bron Van zegen en geluk! een droppel van Genade Kom deez' rampzaalgen in zijn' bangen druk te ftade...

De Schenker, die de taal van Jofeph beevend hoort, Schreit om zijn' lotgenoot, doch vliegt, zo ras hij 't woord Van Jofephs beê verftaat, den Jongeling in de armen. Zo zegt hij, Jofeph ! zo kan zich geen God ontfermen. Schoon gij beleedigd wordt, vergeeft uw hart den vloek, Ontvlooden aan zijn' mond. Geen Godheid is zo kloek,

M 3 Dat