is toegevoegd aan uw favorieten.

Rapport van Jakob Spoors, als fiscaal van den Hoogen Zee-krygsraad, omtrend het gedrag van den capitein Engelbertus Lucas en verdere commandanten der schepen behoord hebbende tot het esquader in [...] 1796. naar de Oost-Indien gedestineerd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

[ S9 1

deels weigerend antwoord (155) van den Engelfcheji

Vloot-

cino-elde, om reden hv den Schiemansmaat Thomas Tel-

liug klappen hadt gegeeven, wyl hy niet op zyn post „ was, en zelfs het ftuk, daar hy Commandeur over was,

rog gesjordftond', waar op verfcheiden derzelve byhet ,, aan boord komen van den Capitein, met veel brutah„ teit aan den Officier der Wacht agter opkwamen, en -„ doordrongen tot in de caiuit. Dat vervolgens den 17 „ Augustus 't coutinueel geroep van Oranje boven, de „ Patriotten na de blixem enz. heeft plaatsgehad, en ,, wel voornamelyk onder de Dek-Officieren, die meest „ allen bezoopen waren, en by 't aanboord komen der

Enselfchen, 't gefchreeuw hoe langer hoe erger worj dende, dat wv ondergetekende tragten te ftillen-, waar 1 op weder door verfcheide Onder-Officieren omcmgeld " wierden, en geen reden willende verdaan, maar met " geweld 's Lands Cargafoen Kistenen Kasten, bene-

vens de \\'vnkelder van den Capitein en Wynkisten " van de Officieren openbraken, zoo ook de plunje Kis^ ten-van den Secretaris, 't welk alles vernield wierd, " coutinueel onder een geroep van Oranje boven, tot " zelfs by het van boord gaan, wanneer de Botteliers„ maat een Oranjeftrik op den hoed hadt, en meer an,, deren enz. . ,

De Capt. Lieut. de Vrye, doorwiende voorlz. verklaring mede getekend is, zegt op Art. 158. zyner Int.

dat'het Volk op de Revolutie, toen 'er fein gedaan wierd " om alles tot het gevegt gereed te maken, zich wel ge" droeg, maar de Schiemansmaat Thomas Telling, zyn " ftuk liet vast liaan en belchonken was. En op Art. " 257. dat de Onder-Officieren voornamelyk, daar na - brutaal begonnen te worden, en dat 'er van tyd tot Z tyd Oranje boven geroepen werdt, dan dat zy zich "* tïil hielden, zoo ras 'er een Officier naar toe ging." " De Capt. L. Palkeuburg verzekert op Art. 492 en 542 zyner Interrog. „ dat aan zyn boord het Volk zich zeer

wel gedragen heeft," het welk ook wordt bevestigd door zyne Officieren, die eenparing bv Verklaring van F 5 den