is toegevoegd aan uw favorieten.

Rapport van Jakob Spoors, als fiscaal van den Hoogen Zee-krygsraad, omtrend het gedrag van den capitein Engelbertus Lucas en verdere commandanten der schepen behoord hebbende tot het esquader in [...] 1796. naar de Oost-Indien gedestineerd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 90 ]

Vloot-Voogd terug, waar van dadelyk aan de in

Krygs-

den Aug. 1796 getuigen, dat de Manfchappen aanboord „ van dat Schip zich by uitftek wel gedroegen, en hun„ nen plicht tot het laatst oogenblik toe betragt heb9 ben, zonder eenige hoegcnaamde blyken van disobe„ dientie te geven."

De Capt. Lieut. de Cerf en de Officieren, welke op de Sirene onder hem hebben gediend , verklaaren niet alleen, dat het Volk van dat Schip „ zich altyd bereid „ beeft getoond, om de aan het zelve gegeeven ordres „ naar te komen, met uitzondering van 2 a 3 Mannen ; „ die, wanneer de Engelfche Vloot zich in de Saldanha„ baay bevond, Oranje lint op de hoeden .taken, doch „ het welk 'er op 't oogenblik weer wierdt afgenomen „ op vermaning der Officieren," maar ^ Cér/f bevestigt ook by zyne Jnterr. op Art. 415. 477 en 515. „ dat „ zyn Volk zich altyd wel van het begin tot het einde „ gedragen heeft."

De Capitein Lieut. de Falck verklaart insgelvks op Art. 325. 327 en 353 in fubftantie, „ dat hy gene de ■„ minste reden van klagtén over zyn Volk beeft gehad, „ als na dat de Bellona aan de Engelfchen was overgege" ven-"

Dc Capitein Lieut. Zoeteman geeft mede by eene verklaring op den 17 Aug. 1796 getekend, dit getuigenis van zyne Equipagie, dat dezelve by het inkomen van „ de Engelfche Vloot in de Baay vol moed bleef, uitge„ nomen twee Mannen, een van welke zig voorzag van „ een Oranje lint, en de andere van een Pourtrait van „ den gewezen Stadhouder, doch 't welk door de cor„ daatheid zyner Officieren, fchielyk werd gefluit, ter„ wyl voorts een ieder den gantfchën nagt trouw op zyn '„ post bleef, fchoon de geest van oproer des morgens „ var. den 17 begon aan te-wakkeren, doch eerst uitgè„ barften is, toen de Engelfchen posfesfie van het Schip x namen."

By zyne Interrog, op Art. 363. bevestigt hy zuiks Biet te neggen, „ dat buiten het hier voren gemelde ge-

„ val