Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE ZANG. 29 Gaa, onder groene wijngaards blaaden,

Met uw verzoopen bol gelaat, Uw' buik met hieuwen nektar laaden,

Neem uwen meester vrij te baat. Laat die U beter onderrechten; Of hebt Ge lust met mij te vechten,

Kies dan voor 't minst, ö dronke Guit! Gewoon uw" krachten te verflaapen, Tot uw befcherm, een ander wapen,

Dan Zuster Clothoos fpinrok uit.

Mars had Peloor, uit monden kaaken,

Hoe forsch gefpierd ook, en vol moed, Gewisfelijk den dood doen braaken,

Had Athos niet den flag verhoed. En hem het (taal, ter'zijner fchanden, Gewrongen uit de groove handen;

Waar door hij gansch ontwapend ftond. De Krijgsgod was niet min verflaagen, Dan toen hij eens door 's Vuurgods laagen,

Naast Venus, zich gekluisterd vond.

Da-

Sluiten